Harstenhoekweg 111, 113 en 115

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Harstenhoekweg 111-115, in de kelderruimte onder de woning Harstenhoekweg 111 zijn in 2003 de archieven van drie Joodse families gevonden, die hier in de Tweede Wereldoorlog waren verboregn

Harstenhoekweg 111-115, in de kelderruimte onder de woning Harstenhoekweg 111 zijn in 2003 de archieven van drie Joodse families gevonden, die hier in de Tweede Wereldoorlog waren verborgen

Aan de Harstenhoekweg in Scheveningen woonden omstreeks 1935 enige tientallen Joodse families. In 2003 trof de eigenaar van het woonhuis aan de Harstenhoekweg 111 in de kelder onder zijn woning tijdens verbouwingswerkzaamheden enige honderden documenten aan van drie Joodse families. Voordat de gezinsleden van deze families waren ondergedoken of gedeporteerd, hadden zij in de kelderruimte van het pand aan de Harstenhoekweg de documenten proberen in veiligheid te brengen.

De vondst van de archieven

In 2003 besloten de heer en mevrouw Scholten hun woonhuis aan de Harstenhoekweg te verbouwen. Onder de bestaande kelderruimte moesten nieuwe leidingen komen. Tot hun grote verbazing troffen zij onder de bestaande ruimte een tweede kelderruimte aan, vol met puin en met documenten. Al gauw trokken zij de conclusie dat de papieren afkomstig moesten zijn van de Joodse bewoners die tot in de Tweede Wereldoorlog in hun woonhuis hadden gewoond.
Op 19 september 2003 besloten zij contact op te nemen met het Haags Gemeentearchief om te informeren of er interesse bestond voor deze papieren. Bij het gemeentearchief hoefde men niet te aarzelen, vanzelfsprekend was er belangstelling voor dit materiaal. Al bij het eerste bezoek was duidelijk dat het hier om een bijzondere vondst ging. De gezinsleden van drie Joodse families, die woonachtig waren op de adressen Harstenhoekweg 111, 113 en 115, hadden in de kelder onder Harstenhoekweg 111 zowel persoonlijke papieren als bedrijfsadministraties opgeborgen. Kennelijk met de bedoeling of de hoop na de oorlog deze weer op te halen.

Archiefstukken in de kelderruimte onder Harstenhoekweg 111

Archiefstukken in de kelderruimte onder Harstenhoekweg 111 –
foto Corien Glaudemans

Tussen bergen puin lagen verspreid over de hele keldervloer zowel brieven, schoolboeken, schoolschriften en een paar foto’s van de families Barsam, Boutelje en Hausmann, als een deel van de bedrijfsadministratie van Simon Boutelje’s Amsterdamse vanillesuikerfabrieken en die van de winkel in damesconfectie van de familie Hausmann aan de Bosschestraat 96 in Scheveningen.
Samen met de heer Scholten heb ik op 6 november 2003 als een soort ‘archief-archeoloog’ de archiefstukken uit het puin gevist en in verhuisdozen gedaan. Tijdens het werk bleek een stofkap voor onze neus en mond onmisbaar.

Harstenhoekweg 111 – de familie Boutelje-van Lier

Simon en Esther Boutelje-van Lier woonden sinds 1935 aan de Harstenhoekweg 111. Esther van Lier is op 23 maart 1884 in Den Haag geboren, haar man Simon op 5 oktober 1881 in Amsterdam. Op 8 juli 1908 huwden ze in Den Haag en vonden een woonhuis aan het Westeinde 135. Daar kregen ze drie kinderen Michel (geboren op 13 juni 1909), Anna of Anny (geboren op 21 juni 1910) en Judikje (geboren op 4 juni 1911).
In 1927 verhuisde het gezin naar de Harstenhoekweg 141 en acht jaar later naar het mooie woonhuis een stukje verderop in de straat aan de Harstenhoekweg 111.
Simon was eigenaar van een vanillesuikerfabriek aan de Oudezijds Voorburgwal 149 in Amsterdam. Vele archiefstukken uit de kelder schetsen een klein beeld van zijn bedrijf. Zoon Michel ontwikkelde zich tot vioolbouwer en huwde op 11 september 1935 Lea Lorsch. Dochter Judikje huwde op 2 september 1936 Pinchas Elias Vorst en verhuisde naar Amsterdam.
Op 12 april 1941 overleed Simon Boutelje aan de Harstenhoekweg 111. Dochter Anny woonde toen nog thuis. Twee jaar later is zowel zij als haar moeder in Sobibor vermoord. Ook Michel, Lea, Judikje en Pinchas Elias hebben de vernietigingskampen niet overleefd.

Harstenhoekweg 113 – de familie Hausman(n)-Berger

Eliasz en Lea Hausmann-Berger woonden sinds 1934 aan de Harstenhoekweg 113. Beiden zijn in Polen geboren. Eliasz op 30 oktober 1888 in Tarnow en Lea op 25 november 1883 in Nowy Sacz. Op 6 mei 1913 kwam in Tarnow hun zoon Gerszon (Gesch/Gerson) ter wereld.
Tarnow kende tot aan de Tweede Wereldoorlog een grote Joodse gemeenschap. De omstandigheden in Polen waren echter slecht. De economie zat in een dal en Joden werden vervolgd. Zoals zovele andere Joodse families besloot ook het gezin Hausmann-Berger tijdens de Eerste Wereldoorlog Polen te verlaten. Het aangrijpende verhaal over de tienduizenden Poolse Joodse landverhuizers wordt nu verteld en getoond in het nieuwe Red Star Line Museum in de Antwerpse haven. Een groot aantal Poolse Joden reisde verder naar de Verenigde Staten, anderen besloten hun nieuwe toekomst in Nederland of België te zoeken.
Eliasz, Lea en Gerszon bereikten op 17 december 1917 via Wenen Den Haag. Hier vonden zij een woning in de IJmuidenstraat 22. Eliasz verdiende het gezinsinkomen als schoenenhandelaar. In 1923 begon hij met zijn vrouw een damesmodezaak aan de Bosschestraat 96.

Bosschestraat 96 Damesmodezaak Hausmann

Bosschestraat 96 Damesmodezaak Hausmann

Op 19 december 1930 zijn de drie gezinsleden tot Nederlander genationaliseerd. Vier jaar later konden zij een huurwoning aan de Harstenhoekweg 113 betrekken. De verhuurder F.L. van Beever woonde zelf aan de Harstenhoekweg 119. Enige huizen verder op nummer 99 woonde Jakob Moisesz Lubasz (ook genaamd Rosenthal), die net als Elias Hausmann uit het Poolse Tarnow afkomstig was en die gehuwd was met Sabina Barsam, een familielid van Moses Barsam van Harstenhoekweg 115.
De jonge Gerszon ging in Den Haag naar de HBS. In de kelder onder Harstenhoekweg lagen van hem stapels schoolschriften en –boeken. Schriftjes gekocht bij de winkel van A. de Goederen op het Harstenhoekplein 4. In zijn HBS-agenda over het schooljaar 1929-1930 schreef Gerszon op de pagina’s met verjaardagen naast 6 mei zijn naam.
Voor het Zionisme toonde hij grote belangstelling, ook begon hij een studie Hebreeuws. Zijn vriendin en latere echtgenote Bella van Baaren steunde eveneens actief de initiatieven voor een Joods Nationaal Tehuis in Palestina.

Harstenhoekweg 113 Gershon Hausmann had grote belangstelling voor het Zionisme

Harstenhoekweg 113 Gershon Hausmann had grote belangstelling voor het Zionisme

Gerszon behaalde een drogisterijdiploma en vond met Bella een woonhuis aan de Bosschestraat 114.

In de kelderruimte lag tussen het puin het gedicht dat een van de feestgangers ter gelegenheid van hun huwelijk op 7 juni 1939 had geschreven:

‘Toen onze Puck nog Bella was
Had je haar eens moeten zien
Nu zit ze hier als jonge vrouw
Vol blijdschap bovendien
Het is gewis, het is niet mis
Ze vindt het nu wel fijn
Ze zal nu voor haar levenlang
Mevrouw Gerson Hausmann zijn.

Toen onze Gesch nog een broekje was
Studeerde hij voor prof.
Maar van studeeren kwam niet veel
Het vrijen vond hij Tof.
Het is gewis, het is niet mis
Hij haalde met gemak
Zijn eindexamen H.B.S.
Plus een prijs in ´t gapersvak´

Het geluk van het jonge Joodse paar werd wreed onderbroken door de inval van de Duitse bezetter. Op 26 januari 1943 kwam hun zoon David Meijer ter wereld. Het baby’tje is echter slechts vier maanden oud geworden. Samen met zijn moeder Bella is hij op 11 juni 1943 in Sobibor vermoord. Eliasz en Lea Hausmann-Berger zijn op 7 mei 1943 in dit Poolse vernietigingskamp om het leven gebracht. Gerszon stierf hier op 9 juli 1943.

Harstenhoekweg 115 – familie Barsam-Fischer

Moses en Lea Barsam-Fischer woonden sinds 1923 aan de Harstenhoekweg 115. Moses Barsam was op 21 mei 1888 in Jaworow in Polen geboren. Thans behoort dit stadje tot de Oekraïne en ligt net een paar kilometer ten oosten van Pools-Oekraïense grens. Ongeveer een kwart van de inwoners was Joods. Zij waren voornamelijk arme ambachts- en kooplieden. Veel Joden zagen geen toekomst in het verarmde en antisemitische Polen. Moses Barsam volgde zijn familieleden en kwam in 1920 via Wenen en Antwerpen in Scheveningen terecht. Hij huwde op 28 juni 1920 met Lea Fischer, die op 2 mei 1893 in Antwerpen was geboren. Het echtpaar vond een woning in de Renbaanstraat 47. Op 23 mei 1925 zijn Moses en Lea tot Nederlander genationaliseerd, twee dagen later verhuisden zij met hun dochter Rachel naar de Harstenhoekweg 115, waar zij bij hun uit Polen afkomstige familie introkken.
Moses en Lea kregen in Den Haag twee kinderen: dochter Rachel is op 4 juni 1923 geboren, zoon Saul op 4 augustus 1925. Moses Barsam handelde in kappersartikelen.
Waarschijnlijk hebben Moses en Lea Barsam de gevaren van een Duitse inval zien aankomen. Lea Fischer liet op 17 december 1939 in het Haagse bevolkingsregister schrappen dat zij Joods was, Moses deed hetzelfde op 21 februari 1940. Beiden zijn evenwel door de Nazi’s gedeporteerd. Op 14 januari 1943 zijn Moses en Lea Barsam-Fischer in Auschwitz vermoord.
Rachel en Saul Barsam hebben de oorlog overleefd.

Archiefstukken naar het Haags Gemeentearchief

De meeste archiefstukken van de gezinnen Hausmann-Berger, Boutelje-van Lier en Barsam-Fischer zijn in december 2003 vanuit de kelderruimte aan de Harstenhoekweg 111 in Scheveningen naar het Haags Gemeentearchief in het stadhuis aan het Spui overgebracht. Daar hebben restauratoren van het gemeentearchief de zeer vervuilde papieren gereinigd. De documenten van deze families kunnen bij het Haags Gemeentearchief op de studiezaal worden ingezien.

Joods familieleven in Scheveningen
Onder leiding van Wim Willems en Hanneke Verbeek van het Centre for Modern Urban Studies van de Campus Den Haag vindt thans een onderzoek plaats naar het Joods familieleven in Scheveningen. In dit onderzoek staat de Harstenhoekweg centraal. Meer informatie is te vinden op een speciale website.