IJzergieterij en –pletterij L.I. Enthoven & Co

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Fabriek en villa van de IJzergieterij en –pletterij Enthoven, omstreeks 1890, voor de villa staan modellen van de standbeelden van Rembrandt en Laurens Janszn. Coster - collectie Haags Gemeentearchief

Fabriek en villa van de IJzergieterij en –pletterij Enthoven, omstreeks 1890, voor de villa staan modellen van de standbeelden van Rembrandt en Laurens Janszn. Coster –
collectie Haags Gemeentearchief

De IJzergieterij en –pletterij Enthoven is sinds 1905 uit Den Haag verdwenen, maar de naam is in de stad nog altijd een begrip. Vele leden van de ondernemende Joodse familie Enthoven zijn in de negentiende eeuw in Den Haag bij deze fabriek betrokken geweest.

Familienaam Enthoven

De Joodse David Joseph Enthoven (ca. 1717-1791) kwam rond 1745 uit het Duitse Schwetzingen (bij Heidelberg) naar Nederland en vestigde zich in Eindhoven. Zeven jaar later vestigde zich hij zich met zijn vrouw in Den Haag.
Waarschijnlijk door hun herkomst uit Eindhoven nam de familie in 1811 de naam Enthoven aan. De familie Enthoven werd aanvankelijk ook Bosch genoemd. Dit doet vermoeden dat de familie ook tijdelijk in Den Bosch heeft gewoond. Op 31 december 1811 verklaarde Israel David (1754-1829), de zoon van David Joseph, voor de burgemeester van Den Haag dat hij de familienaam Enthoven wilde behouden. Ook alle kinderen Enthoven worden in het Register van Naamsbehoud genoemd en kregen de familienaam Enthoven.

Familie Enthoven in 1855. In de stoel zit Lion Enthoven. Verder zijn afgebeeld zijn zoon Karel en schoondochter Henriette Enthoven-Polak Kerdijk en de kleinkinderen Lodewijk Jan, Kitty en Fanny - schilderij van David Bles (afgebeeld in P.H. Enthoven, Kroniek van het geslacht Enthoven (1991) p. 77)

Familie Enthoven in 1855. In de stoel zit Lion Enthoven. Verder zijn afgebeeld zijn zoon Karel en schoondochter Henriette Enthoven-Polak Kerdijk en de kleinkinderen Lodewijk Jan, Kitty en Fanny –
schilderij van David Bles (afgebeeld in P.H. Enthoven, Kroniek van het geslacht Enthoven (1991) p. 77)


De onderneming van Maritz en Enthoven

Lion (Leip of Leo John) Israel Enthoven (Den Haag 1787- Den Haag 1863) was de zoon van Israel David Enthoven en Gelle Simons (1748-1842). Zijn vader was lid van het Haagse oudkleerkopers- of Sint-Maartensgilde. Tot dit gilde behoorden de winkeliers die tweedehands kleding en meubelen verkochten. Daarnaast handelde hij in horloges en uurwerken. Het gezin woonde sinds 1794 in de Bezemstraat, midden in de Joodse buurt. Daar verhuurden vader Israel David en moeder Gelle ook bedden.
De eerste drie zonen werden net als hun vader horlogemaker. De vierde zoon Lion had muzikale aanleg en speelde niet onverdienstelijk viool. Ook was hij concertmeester bij de Franse Opera in Den Haag en gaf hij muziekles, onder andere aan de rijksgeschutgieter Louis Ernst Maritz.
Daarnaast handelde hij in metaalwaren, zoals koperen platen, die hij leverde aan de overheid voor de versterking van houten scheepshuiden. In april 1824 startte Lion tezamen met Eduard Bartolomé Louis Maritz, de zoon van zijn muziekleerling, een fabriek voor het smelten van koper en andere metalen aan de Haagse Trekvaart ter hoogte van het huidige Rijswijkseplein. De fabriek groeide snel. In 1826 verklaarde het bestuur van Den Haag dat de firma bijdroeg aan de welvaart van de maatschappij. In dat jaar had de onderneming 104 werknemers in dienst. Rond 1830 begon Enthoven met de productie van geplet ijzer en de vervaardiging van spijkers. In de eerste helft van de negentiende eeuw breidde Lion Enthoven zijn bezit aan de Trekvliet verder uit.
In 1848 werd het compagnieschap met Maritz beëindigd en het familiebedrijf L.I. Enthoven en Co opgericht. De fabriek leverde gietwerk in alle soorten en maten, zowel in Den Haag als daarbuiten. De metaalpletterij en ijzergieterij was in het midden van de negentiende eeuw een van de belangrijkste fabriekscomplexen van Den Haag.

Een filiaal in Zaltbommel

Mordechai Israël (Marcus) Enthoven (Den Haag 1795 – Den Haag 1878), de broer van Israel handelde in ijzerwaren en horloges. In 1828 had hij met zijn broer David in de Spuistraat een winkel.
Marcus woonde tot 1839 in Den Haag. In 1839 verhuisde hij met zijn gezin Enthoven naar Zaltbommel, waar hij een fabriek van spijkers en vertinde ijzerwaren opzette als een soort filiaal van de ijzerpletterij van zijn broer Lion.
Op een steen die is ingemetseld in de muur van het Maarten-van-Rossummuseum in Zaltbommel staat dat Marcus in 1864 president was van de bouwcommissie voor de restauratie van de synagoge in Zaltbommel.
In 1874 keerde Marcus Enthoven terug in Den Haag en ging wonen in de Wagenstraat 75. Hij overleed in 1878 en werd op de Joodse begraafplaats aan de Scheveningseweg begraven.
In 1894 is de kleinschalige onderneming in Zaltbommel stilgelegd.

Gashouder aan de Gaslaan in Den Haag gebouwd door de firma Enthoven in 1876 - collectie Haags Gemeentearchief

Gashouder aan de Gaslaan in Den Haag gebouwd door de firma Enthoven in 1876 –
collectie Haags Gemeentearchief

L.I. Enthoven en Co

In 1865 bereikte de fabriek de grootste omvang met 756 werknemers. In de gebouwen stonden inmiddels zes stoommachines. De fabriek vervaardigde tal van gietijzeren producten, waarvan voorbeelden ook nu nog in en buiten Den Haag te zien zijn, zoals gegoten bruggen, lantaarns, monumenten of vuurtorens. Voor gasfabrieken ging Enthoven de onderdelen leveren.
Aan het einde van de eeuw nam de fabricage van ijzeren producten in belang toe. Voor een deel waren dit ijzeren constructies, die werden toegepast in overkappingen van stations- en tentoonstellingsgebouwen. De ijzeren constructies in het depotgebouw van het Rijksarchief aan het Bleijenburg werden uitgevoerd door de firma Enthoven in 1895. Ook in Nederlands-Indië werd veel gebouwd, zoals aan het einde van de negentiende eeuw een drijvend dok voor de haven van Tandjong Priok op Java.
Vele gietijzeren beeldhouwwerken zoals de standbeelden van Rembrandt op het Amsterdamse Rembrandtplein, dat van Laurens Janszoon Coster op de Markt in Haarlem of ‘De Nimf’’ op het Asylplein in Brielle zijn in de tweede helft van de negentiende eeuw bij Enthoven gegoten. Voor de villa van Lion Enthoven aan de Trekvliet stonden modellen van de standbeelden van Rembrandt en Coster.

Pletterijkade, bezoek van koningin Emma aan de pletterij van Enthoven op 29 maart 1894 tijdens de bouw van een drijvend dok - foto Atelier Alex. van Dijck

Pletterijkade, bezoek van koningin Emma aan de pletterij van Enthoven op 29 maart 1894 tijdens de bouw van een drijvend dok

foto Atelier Alex. van Dijck

Ondernemingsgeest

Lion Enthoven investeerde in de nieuwe spoorwegen en stak ƒ3.360.000,- (waarde anno 2015 circa 35.000.000 euro) in het startkapitaal van de Nederlandsche Rhijnspoorweg Maatschappij (NRS). Door dit belang was Lion van 1845 tot 1850 president van hoofdbestuur van de NRS. In 1847 behoorde hij tot oprichters van het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs in Den Haag. Ook nam hij deel aan het eerste bestuur van de Kamer van Koophandel van Den Haag.

Van Ostadewoningen

Na de dood van Lion in 1865 namen zijn zonen Karel (Den Haag 1816-Den Haag 1895) en Henri Louis (Den Haag 1819-Den Haag 1890) de leiding van het bedrijf over. Karel begon als 17-jarige in het bedrijf en kwam samen met Henri Louis in 1863 in de directie.
Ook al klonken er bij tijd en wijle klachten over mistoestanden in de fabriek of protesteerden de arbeiders tegen loonsverlaging, het was duidelijk dat Karel begaan was met zijn Joodse stadgenoten die in slechte omstandigheden moesten leven. Van 1865 tot 1875 was hij lid van de gemeenteraad van Den Haag. De Joodse wethouder en voorzitter van de Nederlands Israëlietische Gemeente te ’s-Gravenhage Jacob Simons heeft hem vast overgehaald deel te nemen aan de Commissie ter Verbetering van de Huisvesting van arme Joodse inwoners van ’s-Gravenhage. Deze in 1884 opgerichte commissie was verantwoordelijk voor de bouw van de nu nog bestaande Van Ostadewoningen. Karel Enthoven droeg het financiële risico bij de aankoop van de grond.

De firma verlaat Den Haag

In 1891 wordt de naam van de onderneming gewijzigd in N.V. Pletterij, voorheen L.I. Enthoven & Co. De firma verhuisde in 1905 naar Delft. In 1966 werd de firma opgenomen in het Nederhorstconcern dat in 1975 ten onder ging.

Standbeeld van Laurens Janszoon Coster op de Grote Markt in Haarlem. In 1855 gemaakt door de firma Enthoven - Wikimedia Guus Bosman

Standbeeld van Laurens Janszoon Coster op de Grote Markt in Haarlem. In 1855 gemaakt door de firma Enthoven –
Wikimedia Guus Bosman

West-Java, vuurtoren van de firma Enthoven uit 1883 - collectie Tropenmuseum

West-Java, vuurtoren van de firma Enthoven uit 1883 –
collectie Tropenmuseum

Nog bestaande Enthoven-objecten buiten Den Haag

– Amsterdam, monument van Rembrandt op het Rembrandtplein (1851)
– Dordrecht, lantaarnpaal bij de Mazelaarsbrug (1852)
– Texel (Oosterend), ijzeren zeekaap, herkenningspunt voor de scheepvaart (1854)
– Middelburg, de Spijkerbrug, dubbele basculebrug (1854)
– Haarlem, Grote Markt, standbeeld van Laurens Janszoon Coster (1855)
– Dordrecht, Damiatebrug, dubbele ijzeren ophaalbrug (1855)
– Dedemsvaart, Van Dedemmonument (1859)
– Leiden, Nieuwesteegbrug, vaste brug (1864)
– Dordrecht, Lange IJzeren Brug over de Nieuwe Haven (1865)
– Groningen, A-Kerkhof, monument Ceres/Mercurius/Neptunus voor de Korenbeurs (1865)
– Breskens, vuurtoren (ca. 1867)
– Wassenaar, Plein, stadspomp (1869)
– Leiden, standbeeld van Boerhaave (1872)
– Delfshaven, ophaalbrug over de Voorhaven (1873)
– Brielle, standbeeld ‘De Nymf’ (1873)
– Amsterdam, standbeeld Thorbecke (1875)
– Den Oever, vuurtoren (1884)
– Rotterdam, villa ‘Buitenlust’, luifel (1884)

Nog bestaande vuurtorens van Enthoven in Indonesië
– Sumatra (zuidpunt bij de Straat Soenda), Tanjung Cukuhbalambing, vuurtoren (1880)
– Lengkuas Island, eiland tussen Sumatra en Bornea in de Straat Karimata (tussen de Zuid-Chinese Zee en de Java Zee) (1883)
– West-Java, bij de stad Anyer (of Anjer) (1885)

Enthoven en het stadsbeeld van Den Haag

Tal van producten van de firma Enthoven zijn nog steeds in het stadsbeeld van Den Haag zichtbaar. Vooral het historisch straatmeubilair in de vorm van gietijzeren lantaarnpalen (‘Haags model’-lantaarn), hekwerken, bruggen en zitbanken sieren tot op de dag van vandaag de straten van Den Haag.
Het herkennen van producten die van Enthoven afkomstig zijn, wordt soms vergemakkelijkt omdat de gietijzeren objecten zijn voorzien van de naam van de firma.

Te zien in Den Haag:

Hollands Spoor, overkapping bij perron - ets uit 1984 van Wim Bettenhausen

Hollands Spoor, overkapping bij perron –
ets uit 1984 van Wim Bettenhausen

Gietijzeren brug bij Boomsluiterskade in 2010 -  foto Bart Mellink Dienst Stedelijke Ontwikkeling

Gietijzeren brug bij Boomsluiterskade in 2010 –
foto Bart Mellink Dienst Stedelijke Ontwikkeling

– IJsclubweg, molenas van de Nieuwe Veenmolen (1840)
– Lange Voorhout, Hotel des Indes, ontvangsthal, gietijzeren brievenbus (1850)
– Zeestraat, Museum voor Communicatie, gietijzeren brievenbus (1850)
Boomsluiterskade en Zwarteweg, loopbrug (1861)
– Scheveningseweg, toegangshek begraafplaats Ter Navolging (1862)
– Lange Voorhout (en elders in Den Haag), lantaarnpalen ‘Haags model’ (1873)
– Badhuisstraat, pomp in het hofje van de Lammersstichting (1875)
– Toussaintkade 10, winkelpui met gietijzeren zuiltjes (ca. 1880)
– Boekhorststraat 30d, gietijzeren kolommen in de winkel (ca. 1880)
– Paviljoensgracht, bronzen hekwerk rondom het standbeeld van Spinoza (1880)
Kazernestraat 50, kapconstructie van de Stadsrijschool (’s-Gravenhaagsche Manege) (1884)
Hemsterhuisstraatbrug, draaibrug tussen Veen kade en Noordwal (1885)
Hollands Spoor, overkapping ca. 1893, gedeeltelijk hersteld na de brand van 1989)

Pletterijkade, Pletterijstraat en Enthovenplein

De naam Oost-Zieken werd in 1912 veranderd in Pletterijkade. De aan de Pleterrijkade parallel lopende straat kreeg de naam Pletterijstraat. De straatnamen Pletterijkade en Pletterijstraat herinneren aan de fabriek van Enthoven die hier aan de Trekvliet tot 1905 was gevestigd.
In 1995 kwam op de hoek van de Waldorpstraat en de Rijswijkseweg het Enthovenplein. Het plein is vernoemd naar de eigenaren van de ijzergieterij en –pletterij.

Joodse begraafplaats aan de Scheveningseweg

IJzerpletterij en - gieterij van de firma Enthoven in afbraak in 1905 -  collectie Haags Gemeentearchief

IJzerpletterij en – gieterij van de firma Enthoven in afbraak in 1905 –
collectie Haags Gemeentearchief

Verschillende leden van de familie Enthoven liggen begraven op de Joodse Begraafplaats aan de Scheveningseweg.

—————————-

Verder lezen

J.J. Havelaar, ‘L.I. Enthoven & Co, fabriekanten te ’s Hage: een schets van haar ‘Haagse’ jaren’, in: Industriële Archeologie 13 (1984) pp. 181-193

P.H. Enthoven, Kroniek van het geslacht Enthoven, Werken uitgegeven door het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde (Zutphen 1991)

P.H. Enthoven en J.J. Havelaar, De metaalpletterij en ijzergieterij L.I. Enthoven & Co. Sporen van een 19e-eeuws Haags grootindustrieel metaalbedrijf, VOM-reeks 1996-2 (Den Haag 1996)