Joodse Talen

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Poster EDJC 2016 Den HaagOp 4 september 2016 nam de Stichting Joods Erfgoed Den Haag deel aan de Europese Dag voor Joodse Cultuur met een concert van de zangeres Shura Lipovsky.

Optreden Shura Lipovsky in Den Haag

Op 4 september 2016 vond in een aantal Europese steden de dag voor Joodse cultuur plaats.
Ditmaal stond deze dag in het teken van taal. De Stichting Joods Erfgoed Den Haag deed mee en organiseerde een bijzonder concert van zangeres Shura Lipovsky met haar ensemble Novaya Shira (Nieuw Jiddisch lied), met als motto: Liefde in alle talen.

Joodse talen

Wist u dat Jiddisch gebaseerd is op het Duits? Wist u dat er vele dialecten bestonden in het Hebreeuws; dat Joden op Corfu een oud Apulisch dialect spraken; dat Marokkaanse Joden hun dialect, Haketia geheten, naar de Amazone-rivier brachten; dat een deel van de Haagse en Amsterdamse Joden heel lang het Portugees bleven spreken; dat Ethiopische Joden als hun heilige Joodse taal het Ge’ez hebben in plaats van oud Hebreeuws?!

Reden genoeg om in 2016 het thema van de Europese Dag voor de Joodse Cultuur te wijden aan Joodse talen.

Diaspora

Waar ook ter wereld Joden gedurende hun Diaspora (verspreiding) hebben gewoond, overal hebben zij Hebreeuwse woorden geïntroduceerd in de plaatselijke taal. Soms ook hadden zij hun eigen talen, zoals Jiddisch, Ladino en Aramees.

Toen Joden uit het vroegere thuisland Israël verspreid werden en nieuwe gemeenschappen ontwikkelden in bijvoorbeeld Babylonië, Perzië, Griekenland, de Romeinse gebieden, en in de Arabische landen leerden zij de lokale taal, maar bleven die in Hebreeuwse letters en van rechts naar links schrijven. Zo ontstonden nieuwe talen , zoals Joods-Arabisch en Joods-Griekse talen. Door migratie en integratie zijn sommige oude mengtalen verdwenen, zoals het Judeo-Provençaals en het Judeo-Slavisch.

Van Jiddisch en Ladino naar Iwriet

Tussen de achttiende en de twintigste eeuw vond door emancipatie, integratie en assimilatie, een verschuiving plaats van het Jiddisch en Ladino naar de talen van de landen waar Joden leefden, zoals Russisch, Turks en Grieks.

Door de pogroms in Oost-Europa en door de Holocaust vonden vele overlevenden de weg naar Israël, waar het moderne Hebreeuws (Iwriet) eind negentiende/begin twintigste eeuw ontstond. De ontwikkeling van deze taal heeft niet geleid tot een verdwijning van de Joodse talen in de Diaspora. Ook nu nog spreken, vooral orthodoxe Joden, talen die vele oude Hebreeuwse woorden bevatten, zoals Jiddisch, Aramees, Ladino, en Judeo-Arabisch. Deze variëteiten van bijvoorbeeld Engels, Frans, Duits, Russisch, samen met de oud-Hebreeuwse woorden, kunnen als nieuwe talen worden opgevat.

Terwijl Middeleeuwse Joodse talen in Hebreeuwse letters en van rechts naar links waren geschreven, is dat niet het geval met de nieuwe Joodse talen in de Diaspora.

Modern Hebreeuws – Iwriet

Het herleven van de oude taal Hebreeuws als een moderne taal, die thans door miljoenen mensen wordt geschreven en gesproken, is uniek en historisch gezien bijzonder. Hebreeuws was tot aan de negentiende eeuw een oude taal, die alleen voor religieuze geschreven en gezongen doeleinden werd gebruikt. Niemand sprak meer het oud-Hebreeuws. De taal is evenwel tot leven gebracht en aangepast, zodat die ook in moderne tijden gesproken kan worden.

Aan Eliezer Ben-Yehuda wordt het herleven van de Hebreeuwse taal in Israël toegeschreven.  Hij emigreerde in 1881 vanuit Europa in 1881 naar Jeruzalem. Ben-Yehuda ontwikkelde een levende Joodse taal als vervanging van het Jiddisch, het Ladino, en andere regionale dialecten die Joodse immigranten in Palestina spraken. Samen met  andere wetenschappers, leraren en taalspecialisten richtte hij het Hebreeuwse Taal Comité op dat verantwoordelijk was en nog steeds is voor onder andere het ontwikkelen van de moderne Hebreeuwse taal en het introduceren van nieuwe technische ontwikkelingen in de taal.

Na de start in 1880 waren de instructielessen in het Iwriet in 1914 zo ver dat de taal onderwezen kon worden op scholen in Palestina en elders in de wereld.  Ben-Yehuda schreef tevens een nieuw woordenboek en richtte de eerste modern Hebreeuwse krant op.  In 1922 kreeg het modern Hebreeuws (Iwriet) een officiële status van het Brits Mandaat in Palestina.

Tussen de laatste jaren veertig en de eerste jaren vijftig van de vorige eeuw, verdubbelde Israëls populatie. Honderden nieuwe immigranten moesten (net als nu nog) in korte tijd de nieuwe taal leren. Een populair soort methode was de Ulpan, een school waar alleen in het Hebreeuws les wordt gegeven. Deze talenschool is nog steeds populair en zeer effectief.

Jiddisch

Eeuwenlang was Jiddisch de belangrijkste taal voor alle Joden uit Centraal- en Oost-Europa (de zogenaamde Asjkenazische Joden). Het feit dat miljoenen Joden in grote delen van de wereld en woonachtig in vele verschillende landen, Jiddisch spraken, is zeer bijzonder. Een mengeling van Duits, oud-Hebreeuws en Aramees werd samen met lokale talen een nieuwe taal, die in Hebreeuwse letters van rechts naar links werd geschreven. De taal had een heel eigen grammatica.

Mensen noemden het  Jiddisch ‘mama loshen‘, in de betekenis van ‘moedertaal’, terwijl Hebreeuws en Aramees ‘de heilige talen’ bleven. Jiddisch floreerde gedurende vele eeuwen en is een taal die rijk is aan humor en ironie over de menselijke natuur.

Toen de Joden meer assimileerden, vooral in Duitsland in de late zeventiende eeuw, werd Jiddisch grof en inferieur geacht en als een oorzaak van slechte integratie van Joden in hun omgeving. Aan het einde van de achttiende eeuw klonken dezelfde geluiden binnen de Joodse gemeenschap in Den Haag.

Een revival van het Jiddisch

Door de Holocaust leek het Jiddisch bijna verdwenen, maar thans wordt de taal weer gebruikt als spreektaal door orthodoxe Joden over de hele wereld, die het oud-Hebreeuws als hun heilige religieuze taal behouden.

Op universiteiten en via cursussen vindt er de laatste jaren een revival plaats van de Jiddische taal. Er verschijnen bijvoorbeeld boeken in het Jiddisch en er zijn theatervoorstellingen in deze Joodse taal.

Jiddisch heeft een rijke muziek, theater en litteraire traditie. Bekende Jiddische schrijvers zijn:

Mendele Mojcher Sforim, I.L. Peretz, Chaim Nachman Bialik, Sholem Aleichem (bekend van Fiddler on the Roof) en Isaac Bashevis Singer, die in 1978 de  Nobelprijs voor Literatuur won voor zijn vele boeken in het Jiddisch geschreven.

Krant uit Thessaloniki (Griekenland) in het Ladino. Voor de Tweede Wereldoorlog verschenen er in deze stad drie kranten in het Ladion - collectie Yad Vashem

Krant uit Thessaloniki (Griekenland) in het Ladino. Voor de Tweede Wereldoorlog verschenen er in deze stad drie kranten in het Ladino –
collectie Yad Vashem

Ladino

Ladino, ook wel bekend als Judeo-Spaans, Judezmo, Spaniolit, and Haketia in Spaans Morokko, is een Joodse taal gesproken door de Sefardische Joden. De Sefardische Joden kwamen naar het Iberisch Schiereiland rond het jaar 1000 en woonden in Spanje en Portugal.

Net als in Oost-Europa waar het Jiddisch een samensmelting was van verschillende talen, zo was Ladino dat ook: een mengeling van Spaans, andere Iberische talen, Hebreeuws en Judeo-Arabisch.

Ladino verspreidde zich over het Middellandse Zee gebied nadat de Joden in 1492 uit Spanje werden verjaagd. In de zestiende en zeventiende eeuw toen Joden zich over vele landen langs Middellandse Zee verspreidden, werden elementen uit de Turkse, de Italiaanse en Franse en Griekse taal toegevoegd aan het Ladino. Hoewel Ladino oorspronkelijk, net als Jiddisch, in Hebreeuwse letters werd geschreven, wordt het tegenwoordig in Latijnse letters geschreven.

Ook het Ladino heeft een rijke traditie van muziek, literatuur en theater.

De Holocaust had echter een verwoestende invloed op het voortbestaan van het Ladino als taal en cultuur. Hele Joodse gemeenschappen in Griekenland (bijvoorbeeld die van Thessaloniki en die op de Griekse eilanden) zijn door de Holocaust verdwenen, waardoor het Ladino thans nauwelijks meer bestaat. Slechts ongeveer 160.000 mensen in Israël, Turkije, de Balkanlanden, en Noord-Afrika spreken nu nog Ladino. In Nederland werd het Ladino nooit gesproken door de Spaanse en Portugese Joden.

Handschrift in het Aramees en Hebreeuws, Irak, 11de eeuw - The Schøyen Collection MS 206, Oslo and London.

Handschrift in het Aramees en Hebreeuws, Irak, 11de eeuw – The Schøyen Collection MS 206, Oslo and London.

 

Aramees

Vele Joodse en niet-Joodse gemeenschappen in het Midden-Oosten spraken Aramees. Deze taal was ontstaan tussen  900 en 700 voor het begin van de gewone jaartelling ontstaan. Arameeërs, een Semitisch semi-nomadisch volk dat leefde in Noord-Mesopotamië en Syrië, waren de eersten die deze taal spraken.

Het oude Hebreeuws was ooit zowel de taal van het dagelijks leven, als de ‘heilige taal’ van rituelen en gebeden. Vandaar dat men tussen 530 voor en 70 na de gewone jaartelling in het leven van alledag het Aramees ging hanteren. Het Aramees werd zo populair dat men zelfs het Oude Testament in het Aramees ging vertalen, zodat het volk het zou kunnen lezen en begrijpen.

Tot op heden is Aramees een wezenlijk deel van de Joodse historie en religieuze traditie. De Talmud, de tekst met de belangrijkste Joodse wetten, is in het Aramees geschreven en ook grote delen van de boeken Daniël en Ezra zijn in deze taal opgetekend. Ook de Dode Zeerollen en grote delen van de vertelling over de uittocht uit Egypte, die beschreven is in de  Haggadah zijn in het Aramees geschreven.

Ook nu wordt het Aramees nog gebezigd, zoals in het Joodse huwelijkscontract en in de ‘Kaddish’, het gebed voor de overledenen (Kaddish).

Judeo-Arabisch

Judeo-Arabische talen bevatten diverse versies van het Arabisch, dat Joden in de Arabische landen zoals Irak, Iran, Syrië, Libanon en Jemen spraken. Het Judeo-Arabisch werd in Hebreeuwse letters geschreven. Veel Joden spraken een dialect van het Judeo-Arabisch, afhankelijk van het land waar ze woonden. In hun dialect gebruikten ze ook vaak Hebreeuwse en Aramese woorden.

De uit Noord-Afrika afkomstige Saädia Gaon, een prominente rabbijn, filosoof en geleerde uit de tiende eeuw, was de eerste persoon die zijn wetenschappelijk werk in het Arabisch schreef, maar Judeo-Arabisch voor zijn literaire werk en Hebreeuws voor religieuze doeleinden bleef gebruiken. Veel van de belangrijkste en bekendste middeleeuwse boeken zijn geschreven in Judeo-Arabisch.

Middeleeuws Joods handschrift in 2011 ontdekt in Afganistan - National Library of Israel

Middeleeuws Joods handschrift in 2011 ontdekt in Afganistan – National Library of Israel

Judeo-Perzisch

Oude Arabische en Perzische geschriften maken melding van Joden die in het gebied van het huidige Afghanistan woonden. In 2011 zijn in grotten in Afghanistan hiervoor bewijzen gevonden dat daar in de Middeleeuwen al Joden woonden. Zij spraken en schreven Judeo-Perzisch.

 

Informatie van de National Library of Israel in Jeruzalem

 

Meer informatie over het concert van Shura Lypovsky  met haar ensemble Novaya Shira, met als motto: Liefde in alle talen via deze link