Joodse vluchtelingen uit België

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Overal in Europa werd in 2014 herdacht dat honderd jaar geleden de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Nederland bleef in deze oorlog gespaard van het vele oorlogsgeweld, omdat de Duitse troepen ons land niet binnentrokken. Dit betekende niet dat ons land verstoken zou blijven van oorlogsleed. De Duitse opmars door België die begon op 4 augustus 1914, ging met veel geweld gepaard en zaaide angst en paniek onder de Belgische bevolking. Vele Belgen, waaronder grote aantallen Joodse inwoners van België, sloegen in 1914 op de vlucht naar Nederland.

Haags Steuncomité
Kort na de Duitse inval in België deed koningin Wilhelmina op 10 augustus 1914 een beroep op de Nederlandse bevolking om de Belgische vluchtelingen te helpen. Den Haag reageerde op deze oproep met de oprichting van een speciaal Steuncomité.

In oktober 1914 slaan de Antwerpenaren massaal op de vlucht naar Nederland - M. Amara, Des Belges à l’épreuve de l’Exil. Les réfugiés de la Premiêre Guerre mondiale. France, Grande-Bretagne, Pays-Bas (Brussel 2007) p. 52

In oktober 1914 slaan de Antwerpenaren
massaal op de vlucht
naar Nederland –
M. Amara, Des Belges à l’épreuve de l’Exil. Les réfugiés de la Premiêre Guerre mondiale. France, Grande-Bretagne, Pays-Bas
(Brussel 2007) p. 52

Na het bombardement op Antwerpen arriveerden op 9, 10 en 11 oktober 1914 overvolle treinen met Belgische vluchtelingen op station Hollandse Spoor. Volgens een aanwezige journalist riepen de Belgen bij aankomst op het station met tranen in de ogen: ‘Leve Olland!’ Jonge padvinders verleenden hand- en spandiensten op het station. Opvallend was bij de eerste opvang op het station de nauwe samenwerking tussen Joodse Hagenaars, leden van de Protestantse afdeling van het Haagsche Comité Stationswerk en leden van de Katholieke afdeling van het Haagsche Comité Stationswerk.
Duidelijk bleek dat vele Hagenaars te doen hadden met de vluchtelingen. Met man en macht werd gewerkt om voor hen huisvesting te regelen.

20.000 Belgische vluchtelingen in Den Haag
Eind oktober 1914 hadden ongeveer 20.000 Belgen een tijdelijk onderkomen in Den Haag gevonden. In de laatste dagen van die maand verminderden de oorlogshandelingen en keerden meer dan 4.000 vluchtelingen naar België terug. Nadat in november 1914 de strijd in België was verhevigd, wilde evenwel nauwelijks één Belg nog weg uit Den Haag. Uiteindelijk besloten bijna 11.000 Belgische vluchtelingen in Den Haag het einde van de Eerste Wereldoorlog af te wachten.

Haagsch Comité voor Joodsche Vluchtelingen
Al direct na de Duitse inval in België in augustus 1914 kwam een groep van zestig Joodse Belgen naar Nederland. Leden van de Nederlands Israelietische Gemeente in Den Haag zorgden voor de eerste opvang. Het kerkbestuur stelde een krediet van ƒ1.000,- beschikbaar voor hulpverlening aan de Joodse vluchtelingen. Ook kwam er in Den Haag een speciaal Joods vluchtelingencomité, het Haagsch Comité voor Joodsche Vluchtelingen. Eduard Kann was voorzitter van het comité. Hij was bankier, net zoals zijn beroemde broer Jacob Kann.

Belgische Joden in Scheveningen ca. 1916 - afbeelding in het tijdschrift Het Leven (13 juni 1916)

Belgische Joden in Scheveningen
ca. 1916 –
afbeelding in het tijdschrift Het Leven (13 juni 1916)

Joodse vluchtelingen in Scheveningen
Het was bij de Joodse vluchtelingen uit België bekend dat er in Scheveningen een Joodse gemeenschap was. In deze badplaats woonden al veel uit Oost-Europa gevluchte Joden. Ook kenden de Belgische Joden dit deel van Den Haag van hun vakanties. De meesten kwamen oorspronkelijk uit Galicië, een gebied dat thans in het zuiden van Polen ligt.
In Scheveningen gingen de Joodse vluchtelingenkinderen naar school in de Katwijksestraat. Zij hadden een eigen godsdienstleraar. Bovendien was er onder de Belgische vluchtelingen een leraar Hebreeuws.

Onderdak in het centrum van Den Haag
De vele honderden Joodse vluchtelingen kwamen niet alleen in Scheveningen terecht, maar ook in tehuizen elders in de stad. Zij vonden onderdak in de gebouwen aan de Gedempte Burgwal 8b, Spui 113, Amsterdamse Veerkade 16a en Nieuwe Molstraat 15. De Israëlitische soepinrichting in de Bierstraat verzorgde de maaltijden.

Nationaal kantoor voor de registratie van Belgische vluchtelingen

Het nationale kantoor voor de registratie van Belgische vluchtelingen in Den Haag in november 1914 –  collectie Haags Gemeentearchief

Het nationale kantoor voor de registratie van Belgische vluchtelingen in Den Haag in november 1914 –
collectie Haags Gemeentearchief

Al snel bleek dat veel Belgen tijdens de overhaaste vlucht familieleden waren kwijtgeraakt. Zeer veel gezinnen waren uiteengerukt. Om hulp te verlenen bij het terugvinden van verwanten kwam in oktober 1914 in Den Haag het nationale kantoor voor de registratie van Belgische vluchtelingen. Vele Haagse dames boden zich vrijwillig aan om namen van vluchtelingen op kaarten te schrijven voor het kaartsysteem. Samen met het gesalarieerd personeel wisten zij in een periode van enkele weken een cartotheek met namen van meer dan 200.000 vluchtelingen aan te leggen.

Het bureau van dit vluchtelingenbevolkingsregister was de eerste periode gevestigd bij Pulchri Studio aan het Lange Voorhout, maar deze locatie bleek al snel veel te klein. In november 1914 verhuisde het registratiebureau naar de firma Corsmit, Brossois & Co. aan het nabijgelegen Korte Voorhout 12a. Op de foto zijn de medewerkers bij de kaartenbakken te zien in de grote ruimte die de firma gratis ter beschikking had gesteld. Eind 1914 vond een derde verhuizing plaats en kreeg het bevolkingsregister gratis onderdak in het gebouw van Sociëteit De Witte aan het Plein. De medewerkers van het nationale bevolkingsregister vertelden dat verloren gewaande familieleden elkaar soms hervonden op de stoep van het registratiebureau.

Diamantairs in Scheveningen

Hotel Alteburg an het Gevers Deijnootplein. Hier troffen Antwerpse diamanthandelaren elkaar - collectie Haags Gemeentearchief

Hotel Alteburg an het Gevers Deijnootplein. Hier troffen Antwerpse diamanthandelaren elkaar –
collectie Haags Gemeentearchief

In Scheveningen vielen de gevluchte Antwerpse Joden in hun orthodox-joodse kleding – lange zwarte jassen en grote zwarte hoeden – of met hun dure auto’s met Belgische nummerplaten op.
Het blad Het Leven schrijft: ‘Het grootste aantal der op het oogenblik Scheveningen bevolkende zijn echter de zoogenaamde Antwerpsche diamanthandelaars, die in het begin van den oorlog naar Scheveningen zijn gevlucht, en daar nu een club hebben gesticht, die zich op het plein voor het Kurhaus bevindt, waar zij alle dagen met diamant handelen, precies zoals zij dat in Antwerpen gewoon waren te doen. Bovendien treden zij hier ook op als geldwisselaars.’
Diamantairs hadden zich inderdaad massaal in Scheveningen gevestigd, omdat daar genoeg villa’s te huur waren. Ze kenden daar ook de Haagsche bankier Henri Polak en namen deel aan de diamantclub Antwerpia. In Hotel Alteburg aan het Gevers Deijnootplein troffen zij elkaar. Vanuit Scheveningen werkten zij samen met hun Amsterdamse handelspartners, want daar waren de enige vaklieden die nog diamanten konden bewerken.

Na de eerste Wereldoorlog

Circusgebouw in Scheveningen. Bovenin het gebouw was een sjoel van Joodse vluchtelingen - collectie Haags Gemeentearchief

Circusgebouw in Scheveningen. Bovenin het gebouw was een sjoel van Joodse vluchtelingen –
collectie Haags Gemeentearchief

Na 1918 ging een deel van de Joodse vluchtelingen terug naar Antwerpen. In Scheveningen bleef echter een hechte Joodse gemeenschap bestaan met een eigen sjoel boven het Circusgebouw, het zogenaamde ‘circus-sjoeltje’.
Andere families gingen in het centrum of de Rivierenbuurt wonen, waar verschillende huissynagogen werden ingericht, zoals in de Van Limburg Stirumstraat 213.
Na 1919 konden de vluchtelingen die in de oorlog naar Nederland waren gekomen het Nederlanderschap aanvragen. Vele Joden maakten van deze mogelijkheid gebruik.

—————————-
Met dank aan Nadine Stokkink en Geert van der Sluis voor hun hulp bij dit verhaal. Zij schreven voor het vak geschiedenis op het Gymnasium Haganum een profielwerkstuk over dit onderwerp.
—————————-

Verder lezen:
A. Cottaar, Ik had een neef in Den Haag. Nieuwkomers in de twintigste eeuw (Den Haag 1998) pp. 166-168
I.B. van Creveld, Kille-Zorg. Drie eeuwen sociale geschiedenis van joods Den Haag (Den Haag 1997) pp. 204-208
P. Crefcoeur en J. van Pesch, 125 jaar Belgisch Park. De ontwikkeling van Nieuw Scheveningen, wonen tussen bad en stad (Zaltbommel 2009) pp. 246-250
S. Dembitzer, ‘De Pinksterdagen op Scheveningen’, in: Het Leven, jrg. 11 (13 juni 1916) pp. 768-769
C. Glaudemans, ‘20.000 Belgische vluchtelingen in Den Haag’, in: Den Haag Centraal (7 maart 2014) p. 6