Modewinkel Etam in Den Haag

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Winkel van Etam op de Hoek van de Wagenstraat en de Spuistraat omstreeks 1946 - foto collectie Haags Gemeentearchief

Winkel van Etam op de Hoek van de Wagenstraat en de Spuistraat omstreeks 1946 –
foto collectie Haags Gemeentearchief

In 1923 opende de eerste Etam-winkel in Amsterdam de deuren. Eigenaar Julius Korijn verkocht in het begin vooral dameskousen. Nog in ditzelfde jaar kreeg Den Haag een winkel aan het Noordeinde 2.

Etablissement Mayer

In 1916 opende de uit Chemnitz in Duitsland afkomstige Max Lindemann in Berlijn zijn kousenfabriek Etablissement Mayer, en kortte de naam af tot Etam. De naam van de onderneming zou tevens verwijzen naar de fijn geweven stof etamine, die bij de productie van onderkleding werd gebruikt.
De Joodse zakenman Lindemann had het idee dat directe verkoop van zijn producten aan consumenten meer winst zou opleveren en besloot daarom winkels te openen voor de verkoop van zijn Etam-kousen. Hij legde niet alleen handelscontacten in Duitsland, maar ook ver daarbuiten, zowel in Engeland, België als in Argentinië verschenen Etam-zaken.

1923 Etam in Amsterdam en Den Haag

De eerste Etam-winkels in Nederland werden in 1923 geopend. De Joodse ondernemer Julius Korijn (Amsterdam, 1882-Auschwitz, 1942) verwierf op 14 maart 1923 de rechten om de merknaam te voeren en de producten van Etam te gaan verkopen. Nog datzelfde jaar opende hij een winkel in Amsterdam. En op 16 augustus 1923 opende een Etam-filiaal aan het Noordeinde 2 in Den Haag de deuren. In de jaren nadien kwamen filialen in vele Nederlandse steden.

Advertentie in de krant Het Vaderland op 14 augustus 1923

Advertentie in de krant Het Vaderland op 14 augustus 1923

Korijn verhuist naar Den Haag

Julius Korijn verhuisde met zijn gezin in 1926 naar Den Haag en vond een fraaie woning aan de Frankenstraat 33 in het Statenkwartier.
Hij was in 1912 getrouwd met Betty van Emden (1885-1938). Zij kregen drie kinderen: Henriëtte (Hanny) (1913-Auschwitz, 1942), Wilhelmina Frederika (1922-Auschwitz, 1942) en Eduard Gerard (Ed) (1916-2009).
Eduard ging in 1934 op 18-jarige leeftijd aan de slag in de onderneming van zijn vader.

Uitbreiding van het Etam-assortiment

Het vooroorlogse assortiment van de Nederlandse Etam-winkels beperkte zich niet tot de uit Duitsland geleverde kousen. Korijn startte een eigen confectie-atelier bij Van Straten & Boon in de Waldorpstraat 68 in Den Haag, waar ondergoed, nachthemden en pyjama’s werden gemaakt, die ook in de Etam-winkels werden verkocht.

1940-1945

Julius Korijn tijdens een diner - Digitaal Monument voor de Joodse Gemeenschap in Nederland

Julius Korijn tijdens een diner –
Digitaal Monument voor de Joodse Gemeenschap in Nederland

In 1940 bezat Julius Korijn elf Etam-winkels. De twee Rotterdamse filialen werden tijdens het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 verwoest.
De Duitse bezetter plaatste in 1941 het bedrijf onder toezicht van een Verwalter (‘waarnemer’) en ontsloeg Korijn en zijn zoon Eduard uit hun eigen onderneming. Door een gebrek aan grondstoffen kregen de winkels geen producten meer geleverd. Hierdoor moesten uiteindelijk alle Etam-winkels de deuren sluiten.
Julius Korijn en zijn dochters Henriette en Wilhelmina zijn in 1942 gedeporteerd en in dat jaar alle drie in Auschwitz vermoord. Alleen Eduard overleefde de Tweede Wereldoorlog.

één Etam-winkel in Nederland

Woonhuis gezin Korijn in de Frankenstraat 33 in Den Haag - foto uit 2015

Woonhuis gezin Korijn in de Frankenstraat 33 in Den Haag –
foto uit 2015

Na de oorlog heropende Eduard Korijn één Etam-vestiging in Den Haag op de hoek van de Spuistraat en de Wagenstraat. Hij wist ondanks de schaarste in september 1946 een grote partij kunstzijden kousen uit Tsjechoslowakije in te kopen. Op dat moment waren chique nylonkousen nauwelijks verkrijgbaar.

The battle of the nylons

Toen op zondag 15 september 1946 in Den Haag zich het gerucht verspreidde dat modehuis Etam in Den Haag zestig paar nylonkousen te pakken had gekregen en die de volgende middag zou verkopen, togen vele Haagse dames direct naar de binnenstad om tot de gelukkigen te behoren die een pakje met nylons konden bemachtigen. Al om tien uur ’s avonds stond er een lange rij vrouwen voor de winkel in afwachting van de start van de kousenverkoop. De vrouwen bleven toestromen. In de loop van de maandagochtend zag het plein zwart van de mensen. Enige agenten stelden zich op voor de Etam-winkel en probeerden de rijen met kooplustige dames in goede banen te leiden. Dat dit dramatisch mislukte, blijkt uit een bericht in Het Parool. De verslaggever van de Haagse editie van deze krant had zich volgens eigen zeggen ‘in de frontlinie, vlak voor de toonbank opgesteld’.

De bestorming door de vrouwen van het Etam-filiaal startte om klokslag één uur. De Parool-journalist: ‘… de verdedigingswerken… bestonden uit een tweetal zware politie-agenten. De krachtige aanvalsstoot werd met succes opgevangen en slechts een drietal van de pootigsten slaagden er in door te breken en de kassa te bereiken. Zij wisten even later, voorzien van de begeerde kousen, weer uit te breken … Nadat de eerste stooten vrij regelmatig waren opgevangen, golfden nieuwe horden uit de Spuistraat op de zwaar versterkte linies in. Spoedig laaide de strijd op tot ongekende heftigheid. Tenslotte was de winkel volkomen omsingeld. Er kon niemand meer in of uit! Woedende kreten trilden tegen de ruiten en de politie.’

Ondertussen arriveerden meer agenten in een jeep en kwamen ook gummiknuppels tevoorschijn om het pleintje schoon te vegen. De medewerksters van het Etam-filiaal besloten de deuren te sluiten. Voor één van de winkelramen kwam een groot vel papier te hangen met daarop in vette letters de tekst: ‘Verkoop Nylon-kousen gestaakt’.
De Parool-journalist eindigt zijn verslag met de woorden: ‘Dit was de battle of the Nylons van 16 Sept. 1946’. De rust keerde weer op het pleintje. Alleen een paar gescheurde tassen en een gebroken vouwstoeltje herinnerden in de namiddag aan de verbitterde slag om de nylonkousen van Etam.

Een bloeiend bedrijf

Eduard Korijn besloot de banden met Etablissement Mayer in Duitsland door te snijden en nylons uit de Verenigde Staten te importeren. Behalve onderkleding en dameskousen kwamen ook andere damesmodeartikelen in de winkels.
De familieonderneming Korijn bloeide en in heel Nederland verschenen Etam-winkels.

Advertentie in De Telegraaf op 16 september 1978

Advertentie in De Telegraaf op 16 september 1978

Etam wordt Miss Etam

Ook de zonen van Eduard Korijn traden toe tot de directie van de Etam-firma. Om een jonger publiek aan te spreken wijzigde de modeketen in de jaren ’70 de winkelnaam van Etam in Miss Etam. De directie kreeg een kantoor in de Nieuwe Molstraat 6-8 in Den Haag.
Het assortiment van Miss Etam veranderde en werd uitgebreid. Eduard Korijn bleef tot aan zijn dood in 2009 meedenken over de winkels.

De leiding in buitenlandse handen

Door de grote concurrentie op de modemarkt bleken de Etam-winkels steeds minder winstgevend te zijn. In 2008 besloten de zonen van Eduard Korijn de bedrijfsleiding te verlaten. Het familiebedrijf Miss Etam werd vanaf dat moment geleid door niet-familieleden. De aanpak van de nieuwe directie bood evenwel geen winstgevende oplossingen. In het voorjaar van 2015 raakte de modeketen in financiële nood en dreigde sluiting van de vele winkels.
Nadat de rechtbank Den Haag Etam in april 2015 failliet had verklaard, zijn de Etam-winkels in mei 2015 overgenomen door Roman & Stern Holding in Amsterdam.

—————————-
Verder lezen

P. Möricke en E.G. Korijn, Van kousen en kansen. 75 jaar Miss Etam 1923-1998 (Zoetermeer 1998)

Corien Glaudemans, ‘The battle of the nylons’, in: Den Haag Centraal (14 september 2012) p.6