Mr. L.E. Visserlezing 2017 – inleiding en rede

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Inleiding Mr. L.E. Visserlezing 15 juni 2017 door Mr. Maarten W.C. Feteris, president van de Hoge Raad der Nederlanden

Mr. Maarten W.C. Feteris, president van de Hoge Raad der Nederlanden – inleiding Mr. L.E. Visserlezing 2017

Ik heet u van harte welkom in het gebouw van de Hoge Raad. Een gebouw dat is bedoeld als bolwerk van recht en rechtvaardigheid. U bevindt zich in onze grote zittingszaal, de mr L.E. Visserzaal. Vandaag vindt daar voor de derde keer de Visserlezing plaats. Lodewijk Visser was president van de Hoge Raad aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Hij staat symbool voor strijd tegen afbraak van de rechtsstaat en tegen een ongerechtvaardigde achterstelling of een nog veel ergere behandeling van minderheden.

De rechtsstaat brengt niet alleen mee dat geldende regels worden nageleefd, maar ook dat fundamentele rechten, mensenrechten gerespecteerd worden. Dergelijke rechten vormen de ruggengraat van onze beschaving. Ze zijn zo fundamenteel dat ze ook en juist toekomen aan minderheden, en dus niet door een politieke meerderheid geschonden mogen worden. Daarom kunnen we de naleving van deze fundamentele rechten niet uitsluitend overlaten aan de wetgevende en uitvoerende macht, die door politieke motieven en politieke meerderheden gestuurd worden. Hier ligt in het bijzonder ook een taak voor de rechter. Denkt u bijvoorbeeld aan het decreet van president Trump, waarmee aan mensen uit een beperkt aantal landen toegang tot de Verenigde Staten wordt ontzegd. Trump is democratisch gekozen en in het congres zal vermoedelijk een meerderheid het decreet steunen. Maar bij fundamentele rechten als gelijkheid en vrijheid van godsdienst is dat niet voldoende, de meerderheidssteun maakt het decreet niet immuun. Ook een gediscrimineerde minderheid moet haar fundamentele rechten kunnen inroepen. Hoe waardevol democratie ook is, deze kwesties los je niet altijd op via de stembus. Rechtspraak kan in een deel van de gevallen een helpende hand bieden, maar neemt het probleem en zijn oorzaken niet altijd bij de wortel weg. Als wetgeving tot stand komt die minderheden beschermt of gelijke rechten geeft, kan ook dat belangrijke steun bieden. En waar het uiteindelijk vooral om gaat is een mentale kwestie: dat mensen die anders zijn dan de meerderheid als volwaardige en waardevolle medemensen worden gezien en behandeld. Laten wij ons realiseren dat de wereld vaak juist verder is gekomen dankzij individuen, persoonlijkheden die niet met de mainstream meedreven.

Bij achterstelling van bepaalde bevolkingsgroepen denken we in deze Visserzaal uiteraard aan de behandeling van Joden in de Tweede Wereldoorlog, en voorheen al in nazi-Duitsland. Voortspruitend uit onverdraagzaamheid, aanzwellend tot haat, werden hen vele rechten ontnomen. Ik noem slechts één voorbeeld, ogenschijnlijk een verkeersregel: de regel op grond waarvan het Joden was verboden om over de stoep te lopen. Segregatie op de vierkante meter, een vreselijk blijk van minachting tegenover waardevolle medeburgers. De onverdraagzaamheid van de nazi’s, uitlopend in vernietigingsdrang en daadwerkelijke vernietiging, richtte zich eveneens tegen homo’s. Homoseksueel geslachtsverkeer was in Duitsland al veel langer strafbaar. Maar het naziregime trad daartegen grootschalig op.  Tienduizenden mannen werden opgepakt op verdenking van ontucht en het “corrumperen van de publieke moraal”. Velen werden naar concentratiekampen gestuurd. En zoals de joden verplicht werden een gele ster te dragen, werden de homo’s in de concentratiekampen ter herkenning voorzien van een roze driehoek. De meesten van hen overleefden deze kampen niet.

In veel landen in de wereld zijn de mensen nog steeds onverdraagzaam of zelfs vijandig tegenover seksuele minderheden. Hetzij juridisch, hetzij alleen qua mentaliteit. Als rechter heb ik moeten beslissen in een vreemdelingenzaak van een Algerijn, een transgender. Rond diens puberteit werd dit duidelijk. Wat diepe indruk op mij heeft gemaakt was dat in het dossier beschreven stond werd dat diens ouders toen niet meer toestonden dat hun kind het huis verliet. Omdat zij zich daarvoor schaamden, en bang waren voor de reactie van de dorpsgenoten als hun kind over straat zou gaan. Moet u zich eens indenken wat dit voor een mens betekent. Ultieme minachting voor je persoon, en dan nog wel door je eigen ouders.

Ik noem ook de onverdraagzaamheid die onlangs op stuitende wijze tot uiting kwam in Atjeh. Langs juridische weg. Twee mannen die hun liefde samen beleefden, werden om die reden gestraft. Zij kregen elk meer dan 80 stokslagen. In het openbaar, voor een toegestroomd publiek dat enthousiast was over deze mishandeling.

Tijdens een openbare lezing in Indonesië heb ik vorig jaar eveneens gewezen op het belang van de rechtsstaat en de bescherming van mensenrechten. Ik heb toen ook gewezen op het belang van bescherming van seksuele minderheden. Vanuit de Indonesische regering was kort daarvoor de onverdraagzaamheid tegen die minderheden juist aangewakkerd. De Minister van hoger onderwijs had in het openbaar opgeroepen om homo’s uit te sluiten van de universiteiten omdat zij de moraal van de natie zouden bederven. In mijn lezing in Djakarta heb ik aandacht gevraagd voor het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Identoba tegen Georgië. Een arrest waarin juist de bescherming, de actieve bescherming van deze minderheden wordt verlangd. In dat arrest werd Georgië veroordeeld wegens schending van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens omdat het onvoldoende was opgetreden ter bescherming van deelnemers aan een vreedzame mars op de Dag tegen de Homofobie. Deelnemers aan die mars waren aangevallen en mishandeld, door tegendemonstranten van twee religieuze groepen die zeiden op te komen voor morele waarden en Georgische tradities. De Georgische politie was daartegen onvoldoende opgetreden. Gegeven de houding tegenover seksuele minderheden in een deel van de Georgische samenleving, wisten de autoriteiten of hadden ze moeten weten dat de deelnemers aan deze vreedzame mars risico liepen, aldus het Europese Hof, en daarom rustte op die autoriteiten de verplichting “to use any means possible, for instance by making public statements in advance of the demonstration to advocate, without any ambiguity, a tolerant, conciliatory stance (…) as well as to warn potential law-breakers of the nature of possible sanctions.” De autoriteiten hadden volgens het Hof moeten verzekeren dat de mars “could take place peacefully by sufficiently containing homophobic and violent counter-demonstrators.

Ook in Nederland is er qua mentaliteit nog een weg te gaan. Ik las dat nog deze maand een lesbische vrouw in Rotterdam op straat is mishandeld omdat ze met haar vriendin hand in hand liep.

Dames en heren de behandeling van homo’s is het onderwerp van de Visserlezing die zo dadelijk gegeven zal worden door niemand minder dan Boris Dittrich. Hij zet zich al vele jaren met het nodige succes in voor de positie en de rechten van homo’s. Hij zal voor u spreken over de weg die er op dit gebied nog te gaan is. Voor een deel zal hij u slecht nieuws brengen, maar het zal ook een beeld zijn met gepaste nuance. Hij zal ook vertellen over het vele dat er al wel bereikt is, en wat we op dit gebied nog meer kunnen doen. Dus ook een beeld van hoop en met het oog gericht op de toekomst.

 

Mr. Boris O. Dittrich tijdens de Derde Mr. L.E. Visserlezing – 15 juni 2017

Mr Visser lezing Homorechten als ijkpunt voor democratie.

15 Juni 2017

Mr Boris O. Dittrich

Het is een grote, grote eer voor mij dat ik dit jaar de mr Visser lezing mag houden.

Inleiding over mr Visser.

Lodewijk Ernst Visser was President van de Hoge Raad sinds 1939. Door de Duitse bezetter werd hij ontslagen omdat hij Joods was. Geen van zijn collega’s protesteerde tegen zijn gedwongen vertrek. Wat moet hem dat een eenzaam gevoel hebben gegeven. In zijn leven nam het recht een centrale plaats in. Ook tegen de bezetter beriep hij zich op het recht.

Zoals professor Ernst Hirsch Ballin het in zijn mr Visser lezing van 2015 zo treffend verwoordde: Het beroep op het recht was ‘niet alleen een greep naar de reddingsboei die al wegspoelde, maar ook het meest principiele antwoord dat het nationaal socialisme kon krijgen.’

Na zijn schorsing en later zijn ontslag uit de Hoge Raad heeft mr Visser zich tijdens de bezetting tot aan zijn dood onvermoeibaar ingezet om anderen te helpen en onrecht te bestrijden. Onbaatzuchtig. In de loop van 1941 kwam hij herhaaldelijk op voor de belangen van Joodse mannen, die bij de razzia’s van februari en juni 1941 in Amsterdam en September/oktober van dat jaar in het oosten van Nederland, waren opgepakt en weggevoerd. Hij deed een beroep op de ambtelijke top van diverse departementen, de secretarissen-generaal, om bij de bezetter te intervenieren. Dit levered niets op. Vervolgens, toen de alarmerende berichten over de dood in concentratekampen begonnen binnen te sijpelen, deed hij een rechtstreeks beroep op Hans Rauter, de hoogste baas van de Duitse politie en SS in Nederland. Tevergeefs.

Mr Visser was een moedig man, principieel en hij verdient het om voor komende generaties een bron van inspiratie te blijven.

Homorechten als ijkpunt voor democratie.

De stichting Joods Erfgoed Den Haag heeft mij uitgenodigd deze lezing te houden, met als titel : homorechten als ijkpunt voor democratie.

De strijd voor gelijkberechtiging en non-discriminatie bevindt zich in het spanningsveld tussen rechtsstaat, democratie, en minderheden. Spanningsveld is misschien niet het juiste woord. Mijnenveld benadert het beter, en soms is het een Bermuda-driehoek waarin het recht compleet verdwijnt.

Ik benader het onderwerp vanuit het perspectief van iemand die werkt voor een maatschappelijke organisatie. Terecht merkte mr Corstens in de vorige mr Visser lezing op dat de rechtsstaat in het dagelijks leven gestalte behoort te krijgen en niet alleen op papier. Wetgevers, bestuurders, en rechters dienen daaraan een bijdrage te leveren, aldus Corstens, ‘maar dat geldt ook voor de burgers en hun organisaties.’

Ik onderschrijf dat volledig. Het recht hoort niet een papieren abstractie te zijn, maar een concrete werkelijkheid.

Ik zal eerst stilstaan bij de Nederlandse situatie en vervolgens bij die in andere landen, waarbij de rol van het internationale recht een belangrijke plaats inneemt.

Nederland

Om het heden goed te begrijpen – en te waarderen – sta ik kort bij het verleden stil.

In 1803 werd in Schiedam de laatste doodstraf voor sodomie uitgevoerd. In 1810 zaten er nog tientallen mannen in de gevangenis vanwege homoseksueel gedrag. Maar in dat jaar lijfde Napoleon Nederland bij Frankrijk is en werd de Code Penal ingevoerd. Pas na lange gratieprocedures kwamen de gevangen homo’s vrij. Het was het einde van de strafbaarstelling tot de Tweede Wereldoorlog.

De nazi’s zagen homoseksualiteit als een ziekelijke afwijking en als een gevaar voor het gezin en de staat. Ze dachten dat homo’s andere, gezonde Duitsers zouden kunnen verleiden en besmetten en zo de groei van de Duitse bevolking ingevaar zouden kunnen brengen. (Dit standpunt doet nog steeds opgeld in veel landen in de wereld).

Tijdens het nazi-bewind in Duitsland warden ongeveer 50.000 perosnen op verdening van homoseksualiteit veroordeeld. Men schat dat ongeveer 7000 Duitse homo’s in de concentratiekampen terecht zijn gekomen, waarvan de helft het niet heeft overleefd.

In mei 1940 werd Nederland bezet. En al op 31 juli 1940 werd homoseksueel gedrag door de bezetter in Nederland strafbaar gesteld met vier jaar gevagenisstraf. Veelal wordt aangenomen dat er nauwelijks homo’s tijdens de Tweede Wereldoorlog wegens hun seksuele orientatie in Nederland zijn vervolgd, veroordeeld en naar de kampen afgevoerd. Dat wil niet zeggen dat er niets aan de hand was.

Ik mocht in 2006 in het Verzetsmuseum een tentoonstelling openen over Nederlandse homo’s tijdens de Tweede Wereld Oorlog. Wat me van die tentoonstelling altijd is bijgebleven: Hoe pijnlijk het was brieven te lezen van ouders aan de Duitse bezetter waarin ze hun eigen zoon aangaven omdat hij op mannen viel. In dezelfde periode waarin mr Visser, ontslagen en ambteloos burger, zich in Den Haag voor anderen inzette, doet een vader aangifte tegen zijn zoon in 1941:

“Verzoekt zijn zoon, 29 jaar, loopjongen, wonend te Den Haag, te willen laten controleren, aangezien hij omgang zoekt met homosexuelen.”

Het COC is de belangenvereniging voor homoseksualiteit in Nederland. Opgericht net na de Tweede Wereld Oorlog in 1946 onder de schuilnaam de Shakespeare Club. De oorlog had invloed op sommige homo’s. Ik haal Benno Premsela aan die vlak na de oorlog actief werd in het COC. Hij was Joods en had tijdens de oorlog 3 jaar ondergedoken gezeten. In een interview in 1995, vijftig jaar na de bevrijding, kijkt hij terug:

‘Ik voelde me na de oorlog onkwetsbaar, vrij van angst. Bijna alles en iedereen had ik verloren; mijn ouders, mijn zus. Alleen mijn broer is teruggekomen. Ik wist dat ik mij nooit meer in een hoek wilde laten drukken. Mijn conclusie na de oorlog was: er kan me niets meer gebeuren. Toch was er in de samenleving niet zoveel veranderd. De samenleving accepteerde homoseksualiteit niet.’

Het duurde tot 1961 totdat het COC zich openlijk durfde te manifesteren als Nederlandse Vereniging tot Integratie van Homoseksualiteit. Die jaren zestig werkten bevrijdend, de jeugd verzette zich tegen het juk van autoriteiten. Mondejsmaat kwamen enkele dappere homo’s en lesbo’s uit de kast, zoals Benno Premsela.

Het CDA was de eerste politieke partij die in een notitie van het wetenschappelijk instituut van die partij ‘Een en een is samen’ aangaf dat er een bepaalde vorm van wettelijke erkenning voor paren van hetzelfde geslacht moest plaatsvinden. Dat was in 1986.

De regerende partijen waartoe het CDA altijd behoorde, waren er nog niet rijp voor en politiek werd er in de jaren 80 niet doorgezet.

Waarom was het belangrijk dat relaties juridisch werden erkend?

Voorbeeld: twee mannen leefden al tientallen jaren samen. Een van hen kwam te overlijden. Diens familie stond op de stoep, en sommeerde de weduwnaar het huis te verlaten. Hij had geen recht op inboedelgoederen, geen recht de huur voort te zetten, maar stond kaal en koud op straat.

In de jaren 80 deed deze situatie zich vaak voor. Het waren de jaren van AIDS. Bijna vijfduizend voornamelijk jonge mannen zijn in Nederland sinds 1981 aan AIDS overleden. Ik herinner me uit mijn avocatentijd in Amsterdam een jonge advocaat van een ander kantoor. Ik had hem en zijn Braziliaanse vriend ontmoet; hij vertelde dat zijn ouders zijn homoseksualiteit niet accepteerden. De advocaat was besmet, er was nog geen medicijn, en hij stierf in het ziekenhuis. Zijn ouders plaatsten een rouwadvertentie: hun zoon was aan de gevolgen van een longontsteking gestorven. De Braziliaanse vriend mocht niet op de begrafenis komen.

Eind jaren 80 wordt er op de deuren van het parlement gebonkt. ‘Wij zijn vogelvrij’. Zo’n honderd gemeenten openden registers waar paren van hetzelfde geslacht zich konden laten registreren als paar. Juridisch stelde dat niets voor, maar het beeld dat een mannenpaar of een vrouwenpaar met familie en vrienden een plechtigheid op het stadhuis had en stralend naar buiten liep, maakte het invoelbaar dat er iets moest gebeuren.

In 1993 treedt de Algemene Wet gelijke behandeling in werking.

Pas bij de verkiezingen van 1994 kwam de doorbraak, 23 jaar geleden. Zo lang is dat dus nog niet. Paars kwam aan de macht. Mijn collega’s Annelieze van der Stoel van de VVD, Mieke van der Burg van de PvdA en ik, namens D66, staken de koppen bij elkaar. We waren doordrongen van de ernst van de situatie. Er moest iets gebeuren. We realiseerden ons dat we elkaars hand moesten vast houden en gedrieen een strategie moesten ontwikkelen om wettelijke maatregelen te nemen. We drongen aan op ‘geregistreerd partnerschap’ met allerlei juridische gevolgen. Tegelijkertijd maakte ik duidelijk dat dat voor mij niet genoeg was. Het huwelijk moest worden opengesteld.

In 1998 werd de partnerschapsregistratie ingevoerd. De samenleving was inmiddels al gewend aan het idee dat paren van gelijk geslacht in hun relatie juridisch erkend moesten worden, dankzij de actie van de gemeenten. Saillant detail is dat toen ik in 1994 had voorgesteld het huwelijk open te stellen, ik een brief op poten van het COC kreeg. Het bestuur wilde met mij praten. Ze kwamen naar de Tweede Kamer. Boze gezichten.

‘Hebben we eindelijk een openlijk homoseksueel Kamerlid dat zich ook met onze rechten bezig houdt, en dan gaat hij het homohuwelijk voorstellen. Het huwelijk is een achterhaald instituut Het is van hetero’s. Het is onderdrukkend. Wij homo’s hebben een andere leefstijl. Het huwelijk moet juist worden afgeschaft.’

Mijn argumentatie dat gelijkberechtiging ook voor het huwelijksrecht gold en dat je de vrijheid moet hebben om ervoor te kiezen niet te trouwen, maar dat je anderen die keuze niet moet ontzeggen, maakte geen indruk.

Pas een jaar of twee later is het COC omgegaan. Ik vermeld het omdat het democratisch gezien interessant is dat volksvertegenwoordigers met een plan komen dat niet werd gedragen door de doelgroep zelf, althans door het bestuur dat pretendeerde die doelgroep te vertegenwoordigen.

De vierde macht.

Overigens was het homohuwelijk bijna op de tekentafel gesneuveld. Als gekozen volksvertegenwoordigers zijn wij drieen op forse ambtelijke tegenwerking gestuit. Pikant is hoe de vierde macht zich roerde. De topambtenaar die over familierecht ging op het ministerie van Justitie en die in kaart moest brengen wat de wensen van de coalitiepartners op het gebied van relatierecht waren (we vertegewoordigden een royale meerderheid in de Tweede Kamer), zei doodleuk tegen mij: ‘Het homohuwelijk, dat gaan we niet doen. Nergens in de wereld kunnen homo´s trouwen. Je blijft van het familierecht af, dat is een zorgvuldig opgebouwd huis, gebaseerd op het afstammingsrecht.’

Om de ambtelijke obstructie te vermijden bedachten we gedrieen een list. We dienden een motie in de Tweede Kamer in om een commissie van familierechtjuristen naar de kwestie te laten kijken en de regering te adviseren. Dat is de Commissie Kortmann geworden. Die kwam in meerderheid tot de conclusie kwam dat het juridisch wel degelijk mogelijk was om het huwelijk open te stellen, maar dat de keuze een politieke was. Met dat rapport konden we de ambtelijke tegenwerking doorbreken.

We leven nu anno juni 2017 in een periode van coalitie-onderhandelingen na verkiezingen. Dat was in 1998 ook zo. Democratisch gezien is dit een bizarre periode. Tot mijn spijt keerden mijn twee bondgenoten niet meer in de Tweede Kamer terug. De leiding van de VVD (Bolkestein en de latere minister Korthals) had tegen onze motie om het homohuwelijk in te voeren gestemd. Toch was de motie aangenomen met een ruime meerderheid. Maar het zag er slecht uit, want ook premier Kok had zich negatief uitgelaten. In 1998 wilde hij de motie niet uitvoeren. Hij had gezegd:

‘We hebben al coffeeshops, we staan als enige land in de wereld bekend om een ruime euthanasiepraktijk. En dan nu het homohuwelijk? We zijn gekke Henkie niet!’

Maar soms moet je geluk hebben in de politiek. D66 had 10 zetels verloren, terwijl de coalitiepartners PvdA en VVD flink gewonnen hadden. Voor de meerderheid was D66 niet nodig. Dus stelden we ons de vraag: moeten we wel mee gaan regeren? Ik maakte als Justitiewoordvoerder deel uit van het onderhandelingsteam. PvdA en VVD was de samenwerking met D66 goed bevallen in Paars I en wilden niet met zijn tweeen door, bang dat dat ten koste van het profiel van een van hen zou gaan. Ze wilden D66 er graag bij hebben. In de beginfase van de onderhandelingen deden ze er dus van alles aan om ons tegemoet te komen. Wij aarzelden. Dus was het zaak voor PvdA en VVD ons te paaien en ons in de fuik van het 2e Paarse kabinet te laten zwemmen.

Kok en Bolkestein zeiden tegen D66: stel maar een lijstje op met punten die voor jullie van cruciaal belang zijn. In die periode van hooguit twee weken tijdens de onderhandelingen voerden we een aantal punten op. Openstelling huwelijk, adoptie door homoparen, een wettelijke regeling voor euthanasie, meer geld voor onderwijs waren een paar van die onderwerpen.  Het werd ons toegezegd en publiekelijk bekend gemaakt dat hierover tussen de drie partijen overeenstemming over was bereikt. Toen D66 eenmaal de onderwerpen van het lijstje had binnengehaald, konden we natuurlijk niet meer terug en maakten we deel uit van Paars II. Daarna werden de onderhandelingen overigens meteen een stuk lastiger.

Maar goed, zo werd in 2001 Nederland het allereerste land in de wereld waar homo’s konden trouwen.

Ik durf te stellen dat qua regelgeving en beleid de rechten van de LHBT-gemeenschap (lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgender mensen) in Nederland redelijk goed geregeld zijn, op wat onderwerpen na waar ik nu niet op in zal gaan.

Maar de vraag is natuurlijk of dat ook betekent dat mensen niet meer gediscrimineerd worden op grond van hun seksuele orientatie of gender identiteit? Nee, is het antwoord. Er is een verschil tussen de wet op papier en de werkelijkheid op straat.

Onlangs haalden geweldsincidenten nog het nieuws. Hand in hand op straat lopen is riskant, je kan in elkaar geslagen worden. Of je kunt door de buurt uit je huis getreiterd worden. Op scholen is ‘homo ’nog steeds een scheldwoord en is pesten aan de orde van de dag. Er wordt aangenomen dat het zelfmoordpercentage onder jongeren die LHBT zijn, ongeveer vijf keer zo hoog is als bij de vergelijkbare leeftijdsgroep. Ook oudere LHBT-ers hebben het niet makkelijk. In verzorgings- en verpleeghuizen komt sociale uitsluiting voor, door mede-bewoners en door personeel.

In orthodoxe kringen en bij sommige migrantengroepen bestaat nog veel onbegrip over homoseksualiteit.

Kortom, de agenda van LHBT-ers en hun organisaties is nog lang niet voltooid. Maar in een land als Nederland kun je het verschil maken als je een duidelijke agenda hebt, als je medestanders weet te verwerven en een gewillig oor weet te vinden bij regering en parlement.

Mijn stelling is dan ook dat de democratie in ons land functioneert, waar het gaat om gelijkberechtiging en non-discriminatie van minderheidsgroepen. We hebben het hier over homorechten. Als je die als ijkpunt neemt, kan gesteld worden dat de democratie in Nederland een ruime voldoende scoort.

Dat, in tegenstelling tot grote delen van de rest van de wereld. In 73 landen van de 195 geldt een strafbaarstelling voor homoseksueel gedrag.

Dat brengt me op het internationale deel van mijn voordracht.

In nogal wat landen wordt democratie vertaald als het recht van de sterkste. De meerderheid wikt en beschikt ten koste van minderheden.

We moeten niet vergeten waarom de mensenrechtenbeweging ontstaan is.

In de beginperiode was de mensenrechtenbeweging alleen maar bezig met de verschrikkingen van de 2e Wereldoorlog en daarna met de repressie als gevolg van de Koude Oorlog. Staten hadden gezien wat wat voor ultieme slechtigheid de mens kan bedenken. Miljoenen en miljoenen mensen, de Joden voorop, zijn uitgeroeid in de periode vanaf 1933 tot 1945. Waarom? Omdat ze niet pasten in de ideologie van de nazi’s. Ze werden gezien als untermenschen en moesten voor eens en voor al uitgeroeid worden.

Daarom namen politici na de 2e Wereld Oorlog een aantal mensenrechtenverdragen aan die toekomstige wandaden moesten voorkomen. Algemeen werd aanvaard dat het beschermen van mensenrechten noodzakelijk was om individuele mensen in waardigheid te laten leven. Mensenrechten zijn universeel. Ze gelden voor iedereen. Geen uitzonderingen.

De Raad van Europa begon in 1949, net nadat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens tot stand was gekomen. Lid zijn niet alleen de EU-landen, maar ook bijvoorbeeld Rusland, Turkije en Balkan-landen, zoals Servie. De samenwerkende landen in Europa kwamen hun eigen verdrag overeen, begonnen het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Die jurisprudentie zette heel wat mooie ontwikkelingen in gang. Ook in andere delen van de wereld wordt vaak aan die jurisprudentie gerefereerd.

Maar de bakermat van alle mensenrechtenverdragen is de Universele verklaring voor de rechten van de mens uit 1948.

Artikel 1

Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.

Artikel 2

Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.

Op het gebied van seksuele orientatie en gender identiteit noem ik kort het volgende juridische instumentarium dat homo-activisten in alle delen van de wereld gebruiken om hun positie in hun omgeving te verbeteren. Dus van internationaal verankerde rechten naar de eigen situatie, top down als het ware.

Er zijn nu negen basis mensenrechten verdragen, die gecompleteerd worden door verschillende protocollen. Zoals bijvoorbeeld het Internationale Verdrag inzake Burgerlijke Rechten en Politieke rechten (BUPO), dat ter bescherming van Economische, Sociale en Culturele rechten, het verdrag tot uitbanning van alle vormen van Racisme, dat ter bescherming van de Rechten van het Kind, het Verdrag inzake Uitbanning van Alle vormen van Discriminatie tegen Vrouwen, het verdrag tegen Foltering en uiteraard het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens etc.

In al deze verdragen is de hoofdregel dat je niet gediscrimineerd mag worden. De woorden seksuele orientatie staan er niet expliciet in. Maar het VN Committee voor de rechten van de mens dat een goede uitvoering van het BUPO-verdrag bewaakt heeft in de zaak Toonen vs Australia uitgemaakt dat onder de beschermingsgrond ‘geslacht’ ook seksuele orientatie valt. Strafbaarstelling op grond van seksuele orientatie mag dus niet. Dus via de jurisprudentie van het VN-committee worden LHBT-ers beschermd en mogen ze niet in de gevangenis belanden.

De doelen om duurzame ontwikkeling te bereiken (Sustainable Development Goals) in de periode 2015 tot 2030 die de wereldgemeenschap is overeengekomen, kent in doelstelling 16 de inclusieve samenleving en de toegang tot het recht. Het richt zich op substantiele terugdringing van geweld en het stimueren van anti-discriminatie maatregelen, vanuit de notie dat niemand mag achterblijven. Zo’n inclusiviteitsbenadering behoort ook LHBT-ers in te sluiten.

De mensenrechtenraad van de Verenigde Naties kent het system van de universele periodieke beoordeling. Landen controleren elkaar op de naleving van mensenrechten. 40 Landen per jaar zijn aan de beurt. Voor LHBT-ers die in eigen land geen poot aan de grond krijgen, is het beoordelingssysteem belangrijk. Zij kunnen bij bevriende landen vragen insteken en aandringen op aanbevelingen. Soms luistert het land dat beoordeeld wordt en neemt de aanbeveling over.

Zo heeft Mozambique in Geneve beloofd de strafbaarstelling van homoseksualiteit op te heffen. En dat heeft die regering in 2015 ook gedaan.

Zoals gezegd, in 73 van de 193 landen is homoseksueel gedrag strafbaar. Soms wordt gedrag uitgelegd als homoseksueel zijn. Dus zonder gedraging, maar louter op basis van een verdenking kan men gestraft worden.

Een berucht voorbeeld is Kameroen

Toen ik in Yaounde was om het rapport van Human Rights Watch over de situatie in Kameroen aan de premier en de minister van Justitie aan te bieden, had ik ook een ontmoeting met activisten in het land gepland. Vlakbij het parlementsgebouw hadden we op een terras afgesproken. Er waren zo’n dertig jonge mannen en vrouwen. Een van hen herinner ik me heel goed. Hij kwam na afloop naar me toe en vroeg waar ik vandaan kwam. ‘Uit Amsterdam,’ zei ik. Hij keek me dromerig aan: ‘Amsterdam, is de stad van Spinoza.’ Het was een antwoord dat ik niet had verwacht. Hij heette Roger Mbede, een student filosofie. Een tijdje na mijn vertrek verstuurde Roger een SMS-je aan een andere man in Kameroen. Hij schreef: ‘I’m very much in love with you.’ Hij werd verraden. De bijl viel. Hij kreeg drie jaar gevangenisstraf. Hij werd in de gevangenis als een stuk vuil behandeld, mishandeld en verkracht. Hij werd ernstig ziek. Op ons aandringen werd hij eerder vrijgelaten. Roger keerde terug naar zijn geboortedorp. Maar omdat in de krant had gestaan dat hij homo was en daarom in de gevangenis had gezeten, dacht men dat hij door de duivel bezeten was. Zijn ouders sloten hem op in een hok. Toen het uiteindelijk lukte om hem te traceren, was het al te laat. Daags ervoor was hij uitgehongerd overleden. Homofobie in zijn ergste vorm.

Maar het drama gaat nog verder.

Advocaat Michel Togue uit Kameroen ontving op 13 maart 2017 in Vlaardingen de Geuzenpenning vanwege zijn inzet in zijn land bij de verdediging van homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders –
foto HumanRightWatch

Zijn advocaat Michel Togue die hem verdedigde werd vervolgens met de dood bedreigd. Niet alleen hijzelf, maar ook zijn vrouw en kinderen. Noch de politie, noch de orde van advocaten wilde hem beschermen. ‘Moet je dat soort mensen maar niet bijstaan,’ was de reactie. Uiteindelijk heeft de VS, onder de Obama-regering, zijn gezin asiel verleend. Togue blijft er bij dat iedereen recht op bijstand heeft. Als hetero-man gelooft hij in de kracht van het internationale recht. Hij gaat dus door met het verdedigen van homo’s in Kameroen. Het kostte hem nogal wat betalende klanten. Hij heeft grote offers in de prive-sfeer gebracht, maar hij is principieel. Volkomen terecht dan ook dat Michel Togue, in maart jl. in Vlaardingen de Geuzenpenning heeft mogen ontvangen voor zijn moedige werk.

Je hoeft dus niet perse homo te zijn om zelf het slachtoffer van homophobie te worden.

Dat brengt me op de vraag: Wat moeten LHBT-ers doen (of andere groepen die er qua rechten bekaaid van afkomen) in landen waar hun mening niet telt en waar ze door de meerderheid gediscrimineerd worden? Wat als de regering zich niets aantrekt van het internationale recht? Hoe kun je dan invloed uitoefenen?

Bij het begin van de Seder op de eerste avond van Pasen, wanneer Joden over de hele wereld de Exodus uit de slavernij van Egypte herdenken, duizenden jaren geleden, gebruiken ze de woorden ´Wij waren slaaf in Egypte.´ Ze zeggen niet: Zij waren slaven of onze voorouders waren slaven. Nee, het is wij. Dat heeft me aan het denken gezet. Ik begrijp nu de verplichting om jezelf in de voetstappen van anderen te plaatsen. Het draait om empathie met de anderen.

Voor LHBT-er in moeilijke landen is het van belang om te laten zien dat iedereen homo kan zijn. Het zijn niet een paar rare mensen, een verwaarloosbaar groepje aan de rand van de samenleving. Nee, het kan je zoon zijn, je buurman, je moeder of een collega op het werk.  Homofobie komt vaak voort uit onwetendheid, uit angst. Het is zaak stereotypen te doorbreken. Maar voor LHBT-ers in veel landen is de tijd van populisme een extra gevaarlijke tijd.

Populisme

Mensenrechten bestaan om mensen tegen overheidsmisbruik en veronachtzaming door de overheid te beschermen. Rechten beperken wat een overheid mag doen en leggen verplichtingen op hoe een Staat moet handelen. Het gevaarlijke van het populisme dat we vandaag de dag zien is dat populisten de zaak omdraaien. Ze zeggen te spreken namens de meerderheid van de mensen, en ze behandelen rechten als een obstakel. Rechten zouden een onnodig hindernis zijn om het land te verdedigen tegen bedreigingen. In plaats van te accepteren dat rechten iedereen beschermen, richten populisten zich op de belangen van de meerderheid. Ze verleiden mensen tot het gevaarlijk geloof dat ze zich nooit hoeven te beschermen tegen een overheid die te ver gaat omdat die overheid in hun naam zou handelen.  Er zijn allerlei oorzaken voor populisme te noemen. Het nestelt zich in ontevredenheid met de huidige status quo. In het Westen voelen veel mensen dat ze achterop raken door technologische veranderingen, door de wereldeconomie, door de groeiende ongelijkheid. Terroristische incidenten zaaien angst en vertwijfeling. Samenlevingen zijn etnisch en religieus divers geworden. Er heerst een gevoel dat de overheid en de elite die de dienst uitmaakt de zorgen van de gewone mensen negeren.

In deze smeltkroes van onvrede zijn er politici die er belang bij hebben en er wel bij varen om rechten af te schilderen als gevaarlijk. Rechten zouden de van terreur verdachte beschermen of de asielzoeker  en dat allemaal ten koste van veiligheid, economische welvaart of de culturele voorkeur van de veronderstelde meerderheid.

Wie worden er de zondebok? Immigranten, maar ook minderheden zoals de LHBT-ers. In Afrikaanse landen worden als er verkiezingen aankomen, vaak draconische maatregelen tegen homo’s aangekondigd. In Oeganda zelfs de doodstraf. Iedereen heeft het er over, maar over armoede, corruptie, kindsoldaten blijft het politieke debat uit. En na de verkiezingen trekt de karavaan verder. Maar de populisten hebben hun angst gezaaid en hun stemmen binnengeharkt.

De waarheid, de feiten delven het onderspit. In Europa zien we nationalisme, xenophobie, racisme, anti-semitisme, islamofobie en homohaat toenemen. Deze actuele trent bedreigt de verworvenheden van de mensenrechtenbeweging. Vandaag de dag ziet een groeiend aantal mensen rechten als een fenomeen dat de overheid belemmert hen te beschermen. Boven aan de lijst van dreiging staat in het Westen de immigratie, waar zorgen over de culturele identiteit, economische mogelijkheden, en terrorisme samenkomen. Opgejut door populisten ziet een aanmerkelijk deel van de bevolking rechten als alleen maar de ander beschermend en niet henzelf en dus kunnen die rechten wel overboord. Het gevoel is: als de meerderheid de rechten van vluchtelingen wil beperken, of van migranten of van minderheden, dan moet de overheid daartoe de mogelijkheid krijgen. Internationale verdragen en instituties zijn dan een sta in de weg en wakkeren de antipathie tegen rechten aan in een wereld waar nationalisme hoogtij viert.

Wellicht is het in de menselijke natuur besloten dat het moeilijker is je te identificeren met mensen van wie je verschilt en is het dan ook makkelijker de inperking van hun rechten te accepteren. Maar het is een illusie te denken dat een selectieve toepassing van rechten mogelijk is. Ze geloven misschien dat hun rechten in tact blijven, maar dat die van anderen wel aangetast kunnen worden. Maar rechten zijn per definite geen a la carte menu. Je kunt een hekel hebben aan je buren, maar als je vandaag hun rechten opoffert, kun je morgen zelf aan de beurt zijn. Want uiteindelijk komt het er op neer dat rechten gegrondvest zijn in het besef dat we anderen moeten behandelen zoals we zelf behandeld willen worden. Als je de rechten van de ander aantast komt er ontegenzeggelijk een moment dat het rechtenhuis in elkaar stort. De meerderheid heeft diezelfde rechten nodig om beschermd te worden, maar dan zijn ze er niet meer.

Hebben we dan echt niet van het verleden geleerd? Denk aan de fascisten, aan de communisten. Ze beweerden in het belang van de meerderheid te handelen, maar hun systemen ontaardden in het onderdukken van het individu. Als populisten rechten beschouwen als een obstakel voor hun visie op de wil van de meerderheid, dan is het slechts een kwestie van tijd voordat ze zich keren tegen diegenen die het niet met hun agenda eens zijn. Het wordt nog enger als populisten nog wilder om zich heen gaan slaan en de onafhankelijke rechterlijke macht gaan aanvallen omdat die de wet toetst en grenzen stelt. Of journalisten attaqueren omdat die onwelgevallige informatie verspreiden.

In dit klimaat hebben we politici nodig die durven in te gaan tegen deze populistische stroming en die vasthouden aan de waarde van mensenrechten. Wat we niet nodig hebben zijn politici die om stemmen te winnen tegen populisten gaan aanschurken en ook populistische taal gaan uitslaan. Want dat maakt de taal en de ideeen van de populist alleen maar salonfähig.

Hoe vertaalt deze algemene observatie zich tot de pogingen van LHBT-ers in de wereld om hun plek te bevechten, gelijke rechten te krijgen en verschoond te blijven van discriminatie?

Als die meerderheid je niet ziet zitten, dan wordt het erg moeilijk.

Voorbeeld Rusland.

Daar is de vrijheid van meningsuiting voor LHBT-ers bij wet ingeperkt onder het regime van president Poetin. Je mag niet meer op een positieve manier in het openbaar over homoseksualiteit spreken. Zogenaamd om kinderen tegen de verderfelijke invloed van homosekualiteit te beschermen.

Laat ik beginnen met een kort filmpje dat Human Rights Watch gemaakt heeft. Sinds deze zogeheten anti-homo propagandawet in de Russische Duma werd aangenomen, is het geweld tegen Russische homo’s toegenomen.

In Rusland opereren neo-Nazi groepen. Zij lokken homo’s door op internet afspraakjes met hen te maken. Als iemand dan op de afspraak verschijnt, wordt ie gepakt en vernederd. Deze daad wordt gefilmd en op internet geplaatst. Moedwillig worden homo’s uit de kast getrokken. Sommigen worden kaalgeschoren, met flessen en stokken verkracht, in elkaar geslagen. Het heeft tot zelfmoord geleid. Tot op heden is er maar een enkele zaak opgelost, meestal gaan de daders vrijuit. Straffeloosheid heerst. De verdachten voelen zich gesterkt door de anti-homo propagandawet en de openlijke homohaat. Een TV-presentator zei dat hij vond dat homo’s de gasovens verdienden. Geen Russische politicus die daar afstand van nam.  Sterker nog, de hoofdredacteur van Russia Today, een staatsmedium, zei dat organen van homo’s niet voor donatie gebruikt moesten worden, maar verbrand om besmetting te voorkomen. Dus negatieve uitingen over homoseksualiteit zijn geaccepteerd, positieve zijn illegaal.

Forneel is Rusland een democratie. Er worden verkiezingen gehouden, er is een parlement, een regering. Er worden wetten aangenomen. Maar er is geen plek voor seksuele minderheden.

Als slachtoffers naar de politie gaan, worden ze weggelachen. Daders worden niet opgepakt of vervolgd. Straffeloosheid heerst.

Russische activisten die in deze lastige context voor hun zaak blijven strijden, roepen vaak de hulp van buitenstaanders in. Die lopen minder risico.

Dwars zitten. Hoe werkt het in de praktijk? IN 2015 zou ik de openingstoespraak van het Gay Festival in St Petersburg houden. Maar de zaalverhuurder werd onder druk gezet. Hij cancelde op de middag van de opening de verhuur. Men moest op stel en sprong uitwijken naar een andere zaal. De organisatoren waren op dit soort tegenslagen voorbereid. Ze hadden een andere locatie gevonden. Per SMS werd die bekend gemaakt aan potentiele geinteresseerden. Bovendien hadden ze bodyguards bij de deur geregeld die identiteitspapieren controleren. Toch marcheerden vier politiemensen binnen. Is er een minderjarige in de zaal?, wilden ze weten. Met een vertraging van een half uur kon ik beginnen met te vertellen over Ruslands internationale verplichtingen.

Wat moet je doen als je gediscrimineerd wordt door de overheid? Je kunt natuurlijk naar de rechter stappen. Een activist had de moed om na de rechtsgang in Rusland, waar hij keer op keer bot ving, naar Straatsburg te stappen. Rusland werd gesommeerd gay prides toe te staan omdat het recht van vereniging en vergadering voor iedereen geldt en niet alleen voor meerderheidsgroepen. Burgemeesters mogen gay prides niet verbieden onder het mom van het beschermen van de openbare orde, maar als tegendemonstraties dreigen, hebben ze de verplichting de deelnemers aan de gay pride te beschermen. Rusland werd dan ook veroordeeld en moest de activist ook een schadevergoeding betalen. Het geld werd overgemaakt, maar burgemeesters blijven vaak prides of festivals verbieden (al is St Petersburg wat meegaander). Wat kun je dan verder nog tegen Rusland?

Naming and shaming blijft over. De regering en het parlement trekken zich weinig aan van internationale kritiek en de Russische media zijn bijna allemaal in staatshanden. De gewone Rus krijgt geen enkele informatie die indruist tegen het officiele beleid. Helaas moet ik constateren dat LHBT-ers in grote getalen Rusland verlaten en met name naar Canada en de Verenigde Staten emigreren. Grote bewondering heb ik voor diegenen die achterblijven en doorgaan met hun strijd. Soms kun je als seksuele minderheid in een bepaald land niet veel beginnen om je positie te versterken en is het vechten tegen de bierkaai.

Homorechten als ijkpunt voor democratie? In het geval van Rusland: geen homorechten, maar wel een formele democratie.

Rol van referenda.

Slowakije, Croatie, Slovenie. Invloed Amerikaanse evangelicals. Democratisch tot stand gekomen wetten worden teruggedraaid. Volgens de regels worden voldoende handtekeningen voor het organiseren van een referendum opgehaald.

Een helder voorbeeld is Slovenie waar de regering en het parlement het homohuwelijk wilden invoeren. Mensenrechtenverdedigers hadden hier jarenlang naartoe gewerkt. De wet op het homohuwelijk werd aangenomen. Op instigatie van Amerikaanse religieuze groepen, en door hen gefinancierd, werd een referendum georganiseerd. En dat draaide de aangenomen wet terug. De regering heeft toen plan B uit de kast gehaald en het geregistreerde partnerschap ingevoerd.

Hoe creeer je een level playing field bij de opmaat naar een referendum? Hoe voorkom je dat er vanuit het buitenland met geld wordt gezwaaid en de balans tussen de discussierende partijen zoek is? In deze tijd waarin de macht van social media dominant is, verspreidt fake nieuws zich snel en ongebreideld. In Slovenie ging het bericht dat door openstelling van het huwelijk kinderen op school geleerd zou worden om homo te worden. Er werd angst bij ouders gezaaid. Wie stuurt dat aan? Hoe beinvloedt geld of fake news de uitkomst van zo’n referendum, of van verkiezingen? Het zijn belangrijke vragen, waar nog geen eenduidig antwoord op is gegeven.

Overigens zijn er natuurlijk ook positieve voorbeelden te geven over referenda. Ik kom net terug uit Malta, het was tot een aantal jaren geleden het meest conservatieve land in de EU. De conservatieve regering organiseerde een referendum over de vraag of echtscheiding mocht worden toegestaan. In 2011 gebeurde het onverwachte, een grote meerderheid, met name van jonge mensen, ging naar de stembus en antwoordde: Ja! Sindsdien is het snel gegaan. De bevolking kreeg door dat ze zich gerust kon afzetten tegen de katholieke kerk en de gevestigde politieke partijen, zonder dat god het land straft. Malta wordt nu gezien als meest vooruitstrevende land in de wereld op het gebied van LHBT-rechten. Zelfs de Aartsbisschop van Valletta steunde geregistreerd partnerschap voor paren van gelijk geslacht. Hij vindt dat liefde centraal moet staan en niet uitsluiting! Verwacht wordt dat de wet op het homohuwelijk op 28 juni unaniem wordt goedgekeurd.

De rol van de rechter in een democratie.

LHBT activisten die tegen een muur oplopen bij het parlement en de regering, en voor wie referenda geen uitkomst bieden, hebben zich met succes tot de rechter gewend, met een beroep op gelijkheid en non-disciminatie in hun eigen grondwet en op basis van het internationale recht. In tegenstelling tot politici zijn rechters geneigd een kwestie zakelijk te benaderen, en zich niet door emoties en vooroordelen te laten leiden.

Deze strategie heeft gewerkt in Zuid-Afrika, de Verenigde Staten, Colombia en recentelijk Taiwan. Paren van gelijk geslacht wilden trouwen, maar dat mocht niet. Ze betoogden dat de wet die het huwelijk een exclusieve aangelegenheid tussen man en vrouw maakt, ongrondwettig is. In de genoemde landen ging de hoogste rechter daar in mee. In alle zaken werd overigens Nederland als een voorbeeld aangehaald. In Zuid-Afrika, Colombia en Taiwan heeft de rechter nog wel een terme de grace aan de politiek gegeven. Doe je huiswerk binnen 1 of 2 jaar. Gebeurt dat niet, dan wordt het huwelijk van rechtswege opengesteld. Het vraagt om moedige rechters die tegen de wil van de politiek durven in te gaan, wanneer zij de overtuiging hebben dat het recht geschonden is, in dit geval het recht op gelijke behandeling en non-discriminatie.

Je moet dan wel als rechter opereren in een land waar je onafhankelijkheid geeerbiedigd wordt. Binnen de EU zijn er zorgen over de situatie in bijvoorbeeld Hongarije. Mr Corstens is daar in de vorige mr Visser-lezing uitgebreid op ingegaan. Polen is een ander land binnen de EU waar de onafhankelijkheid van de rechter door bemoeienissen van de politiek onder druk staat.

Hoe bereik je in een democratie als minderheid het grote publiek om veranderingen door te voeren?

Het persoonlijke verhaal is vaak doorslaggevend. Een tegenwoordig algemeen aanvaarde strategie van LHBT-activisten is om verandering te proberen te bereiken door anderen buiten de LHBT- gemeenschap te engageren. Juristen, journalisten, ouders/vrienden van LHBT-ers, zakenwereld, sportwereld, academici etc. De kern van de boodschap is dat de rechten van LHBT-ers iedereen aangaan. Hun vrijheid is onze vrijheid.

Voorbeeld naar aanleiding van de Olympische Winterspelen in Sochi, Rusland, waarbij de deelname van LHBT-ers onder druk stond. Weliswaar voerde Rusland geen arrestaties uit, maar verder gaf het geen krimp. Om toekomstige vergelijkbare situaties te vermijden, heeft HRW samen met een coalitie van andere organisaties er voor gezorgd dat in het Olympisch Handvest, de grondwet voor de Olympische Spelen, is opgenomen dat een stad die de OS organiseert dat Handvest expliciet moet onderschrijven en niet mag discrimineren, ook niet op grond van seksuele orientatie of gender identiteit. Voortaan moeten sporters, toeschouwers, deelnemers, burgers uit het organiserende land beschermd worden en vrij kunnen zijn. In Tokio, waar in 2020 de OS plaats vinden, is men nu druk bezig anti-discriminatie maatregelen te ontwerpen. Iets wat de LHBT-activisten niet gelukt was, gaat nu wel door. Het systeem van druk uitoefenen vanaf de flanken werkt.

Uiteraard zijn rolmodellen om onwetendheid te bestrijden cruciaal. Rolmodellen hoeven niet alleen mensen uit de LHBT-gemeenschap te zijn.

In 2009 had ik een korte ontmoeting weten te regelen met Ban Ki-moon, de vorige secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Ik vroeg hem zich uit te spreken voor de rechten van LHBT-ers. Hij reageerde zeer afhoudend: ‘Ik ben een man van middelbare leeftijd. In Zuid-Korea praten we niet over seksualiteit, laat staan homoseksualiteit.’ Teleurgesteld ging ik naar ons kantoor in New York terug en vertelde het aan een collega. Zij zei: ‘Ik ken zijn speechschrijver. Praat met hem!’

Die was wel belangstellend en vroeg me een tekstje op te stellen waarom het van belang was dat het hoofd van de Verenigde Naties zich met homorechten zou bezig houden. Hij paste het wat aan en voegde het in een speech en Ban Ki-moon las het voor! Sindsdien is hij een van de belangrijkste supporters geworden. Zelfs in Afrikaanse landen, waar hij met homophobe presidenten om de tafel zat, maakte hij zich er sterk voor.

 

Conclusie:

Is dit een somber verhaal?

Nee. Kijk naar de afgelopen 50 jaar. Er is in delen van de wereld zoveel bereikt!

Ik neem het homohuwelijk als voorbeeld. We begonnen in Nederland. Gekke Henkie zijn we niet geworden. Momenteel leven 1 miljard van de 7 miljard mensen op aarde in een land waar het huwelijk is opengesteld!

Van de doemscenario’s waarmee gedreigd werd, is niets uitgekomen. Voor zover mij bekend heeft God ons niet gestraft. Mensen wennen snel aan de nieuwe situatie.

Jonge mensen begrijpen niet dat het ooit anders was. Ik was eens op een feestje en kreeg de vraag van een jonge vrouw, ik schat haar op een jaar of twintig: ‘Is het waar dat homo’s vroeger niet konden trouwen?’ Toen ik ‘ja’ antwoordde, riep ze uit: ‘Maar dat is discriminatie!’ Ja, zei ik, daarom hebben we de wet veranderd!

De samenleving in een open democratie is maakbaar, met alle mitsen en maren. Daar waar homorechten verankerd zijn en minderheden meetellen, functioneert de democratie.

In landen waar ze niet meetellen, geldt het tegenovergestelde. Er wordt niet geluisterd en internationale verplichtingen worden aan de laars gelapt. Dus inderdaad zijn homorechten te zien als een ijkpunt.

Emancipatie is overigens geen rustig bezit. We moeten waakzaam blijven.

Ik kom weer terug op wat voor mij de kern was van het leven en het werk van mr Visser.

Hij toonde moed. Hij geloofde in de kracht van het recht. Hij toonde inzet en medemenselijkheid. In die houding ligt voor velen de inspiratie:

De toekomst ligt niet voor ons, maar in onszelf.

Boris Dittrich,

15 Juni 2017

Bestuur van de Stichting Joods Erfgoed Den Haag met Mr. Boris Dittrich voor het schilderij bij de ingang van de Mr. L.E. Visserzaal in het gebouw van de Hoge Raad der Nederlanden. Op het schilderij in het midden Mr. Visser –
15 juni 2017

—————————————-