Inleiding
Op 25 november 2025 verscheen het boek In afwachting van jullie terugkeer. De oorlogsgeschiedenis van de Haagse families Weijl en Cohen. Liesbeth Molenberg en Brigitte Weusten schreven deze geschiedenis van hun families aan de hand van vele bronnen.
Margot Weijl, de moeder van Liesbeth Molenberg, bewaarde briefkaarten, brieven, foto’s en vele andere documenten uit de oorlogsjaren, die ze zelfs in het concentratiekamp bij zich wist te houden. Aan dochter Liesbeth vertelde ze op latere leeftijd over de oorlogsjaren. Brigitte Weusten reconstrueerde de oorlogsgeschiedenis van haar schoonmoeder Jette Cohen, de moeder van Steven Bakker.
Martha Weijl-Cohen, de grootmoeder van Liesbeth Molenberg, en Chella Cohen-Roos, de grootmoeder van Steven Bakker, waren schoonzussen en vriendinnen.
Gelukkige families voor de Tweede Wereldoorlog
Het boek opent met de vooroorlogse jaren van Antonie Cohen (1859-1935) en Jacob Weijl (1889-1943). Cohen was uit Almelo afkomstig en had zich in 1894 als koopman in textiel met het Verkoophuis Insulinde aan de Zeestraat in Den Haag gevestigd. Vrij snel nadien verhuisde hij naar de Haagse Spuistraat, waar hij met zijn gezin boven de winkel woonde. In later jaren is de textielzaak ook op andere adressen in Den Haag en met filialen buiten de Residentie gevestigd geweest. De onderneming – de naam zegt het al – richtte zich vooral op mensen die vertrokken naar Nederlands-Indië.

Advertentie van Verkoophuis Insulinde van Antonie Cohen aan de Spuistraat in Den Haag –
Haagsche Courant, 24 april 1900
Jacob Weijl was een gerespecteerde advocaat in Den Haag. Hij had zijn kantoor aan de Lange Poten 17a, waar hij ook met zijn gezin woonde. Weijl was actief in de Nederlandse Advocaten Vereniging en had een druk maatschappelijk en bestuurlijk leven buiten de advocatuur, zoals in de Nederlands Israëlitische Gemeente, in organisaties voor vluchtelingen of in die voor minvermogenden.
De kinderen en kleinkinderen bezochten scholen in Den Haag, vooral het ’Gemeentelijk Gymnasium’ (het latere Gymnasium Haganum) was favoriet bij de families. Familiefoto’s tonen gelukkige gezinnen wandelend in het park en onbezorgde vakanties in Scheveningen of aan de Vlaamse kust.

Aan het strand in Scheveningen in 1931. Vrnl op de voorgrond Martha, Margot, Jacob en Tonny Weijl –
foto uit de collectie van Liesbeth Molenberg en Brigitte Weusten
De oorlog veranderde alles
Voor Jacob Weijl kwam het beroepsverbod voor Joodse advocaten hard aan. Na mei 1941 mocht hij alleen nog optreden voor Joodse clientèle en geen lid meer zijn van de Nederlandse Advocaten Vereeniging. Jacob Weijl sloot zijn kantoor in Den Haag in op 3 juli 1941.
Margot Weijl, de jongste dochter van Jacob Weijl, moest net als alle andere Joodse leerlingen het gymnasium verlaten en begon in oktober 1941 op het Joodsch Lyceum Fisherstraat in Den Haag.

De vier kinderen Weijl op het balkon van de J.P. Coenstraat 17 in Den Haag in 1941. Vlnr Antonie (Tonny), Margot, Joseph (John) en Leo –
Foto uit de collectie van Liesbeth Molenberg en Birgitte Weusten
Onderduiken of vluchten?
In september 1942 besloot vader Jacob Weijl onder te duiken met zijn gezin en andere familieleden. Hij verzorgde onderduikadressen voor zijn broer Simon met vrouw, kinderen en schoonouders en zijn zussen Hanna en Alida. Na verraad werden deze familieleden in maart 1943 gearresteerd. Via de Scheveningse gevangenis en Westerbork volgde de deportatie naar het vernietigingskamp Sobibor, waar zij op 26 maart 1943 zijn vermoord. Jacob Weijl is in juli 1943 gedeporteerd naar Sobibor, waar hij op eenzelfde wijze de dood vond.

Briefkaart van Jacob Weijl vanuit Westerbork aan zijn echtgenote en dochter in Barneveld, 1943 –
Bron, transcriptie en verklaring gepubliceerd in het boek. Briefkaart uit de collectie van Liesbeth Molenberg en Birgitte Weusten

Briefkaart uit Westerbork van Jacob Weijl aan zijn echtgenote en dochter (uitvergroot)
Margot Weijl en haar moeder Martha Weijl-Cohen doken niet onder. Zij overleefden via Barneveld (waar Joden gevangen zaten die volgens de bezetter van maatschappelijk belang waren) en het concentratiekamp Theresienstadt de oorlog. De onderduikplaatsen van Margots broers Tonny en Leo boden bescherming tot aan de bevrijding. Tonny dook onder in Den Haag. Hij werd opgenomen in het gezin van Guus en Ans Weimar in Den Haag aan de Zuid-Buitensingel (nu Houtzagersingel) in Den Haag. Hij zou drie lange jaren tot aan de bevrijding van Den Haag niet meer buiten komen. Zijn broer Leo reisde van onderduikadres naar onderduikadres. Op minstens acht onderduikadressen heeft hij zich schuil moeten houden. Leo beleefde de bevrijding bij onderduikouders in het Friese Scherpenzeel.

Het zesde onderduikadres van Leo Weijl was bij Wolter Schaap en Hiltje Schaap-Ruiter in Langelille-Munnekeburen. in Friesland
Foto uit 1949 uit de privécollectie van Martha Dijkstra Schaap
Jaap en Toon Cohen, kleinzonen van Antonie Cohen, slaagden er tijdens de oorlog via Zwitserland Engeland te bereiken en overleefden zo de oorlog. Hun gevaarlijke tocht staat uitgebreid in het boek beschreven.
Wat dit boek ook duidelijk maakt: onderduiken of vluchten kostte geld, heel veel geld.
Na de oorlog
Bij terugkeer naar Den Haag kregen de gezinnen de meeste van hun in bewaring gegeven spullen terug. Veel meubels waren echter verloren gegaan bij het bombardement van 3 maart 1945 op het Bezuidenhout in Den Haag. Maar Rachel (Chella) Cohen-Roos, de schoondochter van Antonie Cohen, vond niets meer terug na haar terugkeer uit de onderduik. Hun woonhuis aan de Amalia van Solmsstraat in het Bezuidenhout was bij het bombardement volledig verwoest. Ook alle spullen die zij bij hun buren in bewaring hadden gegeven, waren zij door het bombardement kwijtgeraakt.
In de eerste maanden na de oorlog was er blijdschap bij ieder goed bericht, maar vooral overheerste bij de Joodse families veel vrees en daarna verdriet over vermiste of vermoorde verwanten en vrienden. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de woorden in de briefkaart die Tonny Weijl op 27 juni 1945 schreef aan zijn zus Margot die toen nog in Zwitserland verbleef: ‘Ik schrijf nu ook naar Oom Mau en tante Lena. Zij zijn erg in de put over John. Nu in dat opzicht is Moeder niet beter af al zijn er nog twee zoons over!’ John, de zoon van Mau en Helena Stoppelman-Weijl werd gearresteerd tijdens zijn vlucht naar Zwitserland. Hij is op 7 november 1942 vermoord in Auschwitz. Ook John Weijl, de oudste broer van Tonny en Margot, zou de oorlog niet overleven. Zijn naam staat op de gedenksteen in de hal van het Gymnasium Haganum in Den Haag.
Foto’s, briefkaarten, brieven en dagboekaantekeningen
De wijze waarop Liesbeth Molenberg en Brigitte Weusten hun bronnen hebben gepresenteerd zal niemand onberoerd laten. Niet alleen hun verhalen moeten lezers raken, maar vooral de gedrukte documenten die het historische verhaal ongekleurd tonen zullen een diepe indruk nalaten. De vrees, de hoop, het verdriet van echte mensen zijn voelbaar bij het lezen van de vele brieven en andere documenten.
Brief na brief, document na document, bestudeerden de auteurs. Zij publiceerden afbeeldingen van de originele bronnen met een compleet afschrift naast een uitleg over de personen in de documenten en de situatie waarover de bron handelt. De gepubliceerde bronnen vertellen bladzijde na bladzijde: de vreselijke vervolging heeft écht plaatsgevonden en hoe diep de vervolging ingreep in de levens van Joden.
Een indrukwekkend boek – ook voor het onderwijs
Het indrukwekkende boek In afwachting van jullie terugkeer is een aanrader, niet alleen voor mensen die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van Joods Den Haag of de Jodenvervolging in Nederland, maar met de vele gepubliceerde bronnen kan het zeker ook een belangrijk boek zijn voor het onderwijs.
Brigitte Weusten en Liesbeth Molenberg, In afwachting van jullie terugkeer. De oorlogsgeschiedenis van de Haagse Families Weijl en Cohen. Nijmegen: Uitgeverij Roelants, 2025, 312 blz., ill., ISBN 978 90 742 4165 6 Prijs €29,95
De afbeeldingen zijn afkomstig van de auteurs en gepubliceerd in het boek. Zonder hun toestemming mogen de afbeeldingen niet worden gebruikt.




