Haagse Joden vonden in 1941 de dood in een spookkasteel in Oostenrijk

FacebooktwitterredditpinterestlinkedinmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Door Herman Rosenberg

Boek over de razzia’s van februari 1941
Haagse Joden vonden de dood in een spookkasteel in Oostenrijk

Niet Mauthausen was de dodelijkste plek voor de eerste in februari 1941 in Amsterdam opgepakte Joden, blijkt uit het boek van Wally de Lang. Hun laatste uur sloeg in de gaskamer van het duistere kasteel Hartheim in Oostenrijk. Onder hen ook twaalf Hagenaars. Wally de Lang bracht een afschuwelijke massamoord aan het licht.

Abraham van der Kloot, foto gepubliceerd in: Mauthausen, een gedenkboek

Tapdanser Albert van der Kloot
Hij was de eerste, of een van de eerste Nederlandse tapdansers. Albert van der Kloot heette hij. Geen naam natuurlijk voor een artiest, dus noemde hij zich Albertini. Albert woonde aan het einde van de jaren dertig van de vorige eeuw in de Korte Koediefstraat in de Haagse binnenstad, niet ver van de Korte Poten. Albert heette eigenlijk Abraham. Hij stamde uit een Joodse familie; zijn vader was fruitkoopman en stond op de markt.

Wagenstraat, omstreeks 1930 – foto Haags Gemeentearchief

Het leven was Albert niet slecht gezind geweest. Door zijn muzikaliteit ontsnapte hij aan de fruithandel. Hij had engagementen in Berlijn, Brussel en Den Haag. Een foto die van hem is bewaard gebleven, toont een gesoigneerde heer in avondkleding. Maar op 9 februari 1941 was zijn geluk definitief voorbij. Hij zat met vrienden te kaarten in een café in de Wagenstraat, toen de ‘Grüne Polizei’ er binnenviel. Albert werd gearresteerd, vermoedelijk in het kader van verscherpt optreden tegen jonge Joodse mannen.

Nazi-sympathisanten maakten eind 1940 en begin 1941 de Joodse buurt in Den Haag onveilig. In februari 1941 werd de nieuwe synagoge aan de Nieuwe Molstraat verschillende malen beklad en op 2 februari 1941 vonden ernstige vernielingen plaats. – foto’s Haags Gemeentearchief

Niet alleen in Amsterdam hadden zich vechtpartijen voorgedaan tussen NSB’ers en Duitsers aan de ene kant en Joodse knokploegen aan de andere. Ook in Den Haag, de tweede Joodse stad van het land, was het zeer onrustig. Op 2 februari 1941 drongen Nazi-sympathisanten het secretariaat van de Nederlands Israëlitische Gemeente in de Nieuwe Molstraat binnen. Ze sloegen de boel er kort en klein. Over en weer werd wraak genomen; er zijn veel politierapporten over ingegooide ruiten. In die situatie vond de arrestatie van Albert plaats. Hij belandde eind februari in Kamp Schoorl, waar hij bij een grote groep Amsterdamse Joden werd gevoegd die bij de beruchte razzia’s van de 22ste en 23ste van die maand waren opgepakt. Dit Duitse optreden zou de aanleiding worden van de Februaristaking (25 en 26 februari 1941).

Slechts twee overlevenden
Albert van der Kloot duikt met andere Haagse Joden op in het tachtig jaar na het drama verschenen boek De razzia’s van 22 en 23 februari in Amsterdam van Wally de Lang. De historica reconstrueert daarin op basis van uitgebreid archiefonderzoek de razzia’s, maar vooral ook het lot van 389 opgepakte mannen. Slechts twee van hen zouden de oorlog overleven. Ook het Haags Gemeentearchief werkte mee aan het boek, want De Lang ontdekte dat er meer dan twintig slachtoffers uit Den Haag kwamen of daar geboren waren. Onze tapdanser was een van hen. De meeste Haagse Joden werden overigens opgepakt in de Amsterdamse Jodenbuurt, waar ze toevallig net op het verkeerde moment op bezoek waren bij familieleden.

Eddy de Wind
Eén gearresteerde Haagse Jood, Eddy de Wind wist zich te redden. Als net afgestudeerd arts wist hij hoe hij zich kon voorwenden tbc te hebben; de Duitsers waren als de dood voor deze besmettelijke ziekte. Ze lieten hem gaan. Later zou de Wind via Westerbork in Auschwitz terechtkomen en daar overleven. Hij schreef over zijn ervaringen het bekende boek Eindstation Auschwitz.

Buchenwald
De Lang beschrijft gedetailleerd wat er gebeurde na Schoorl. De groep ging op 27 februari op transport naar Buchenwald, een concentratiekamp bij Weimar. Daar kwamen ze nog vrolijk binnen, zagen Nederlandse politieke gevangenen die er al langer zaten en relatief goed werden behandeld. De nieuwkomers zongen ‘Breng ons naar Amsterdam terug’ en improviseerden op hun kampschoeisel zelfs een klompendansje.
‘Het was de laatste zonnige dag in hun leven’, noteerde een dagboekschrijver. Zware dwangarbeid, slecht eten en gebrek aan hygiëne deden hun werk.
‘In korte tijd zagen de mensen eruit als skeletten’, aldus de latere premier Willem Drees, die ook enige tijd in Buchenwald zat. Binnen enige maanden waren 47 mannen van de ‘februarigroep’ omgekomen.

Mauthausen
De dood van de mannen ging de SS niet snel genoeg. Eind mei 1941 werden de 340 overgeblevenen, onder wie circa twintig Hagenaars, naar het concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk getransporteerd. Hier moest extreem zwaar werk worden verricht in een grote steengroeve; gevangenen dienden met uitgehakte stenen op hun rug telkens weer de 186 treden tellende ‘Dodentrap’ te overwinnen. In de eerste dagen bezweken al vijf mannen van de februarigroep. Een maand later, op 27 juni 1941, vond ‘Albertini’ van der Kloot de dood. Hij was 39 jaar.

Lugubere ontdekking
Wally de Lang deed bij het bestuderen van de dodenlijsten een lugubere ontdekking. Terwijl er in Mauthausen in juli, augustus en oktober gemiddeld zo’n veertig mannen van de onderzochte groep de dood vonden, sprong september eruit met 190 slachtoffers. Vooral de eerste zes dagen was het raak: 152 doden. En dat was niet het enige wat opviel. Deze 152 stierven op alfabetische volgorde; op 1 september de achternamen beginnend met A, B en C, op 2 september C, D en K en zo verder. Van 1 tot en met 6 september 1941 waren er elke dag minimaal 22, maximaal 28 doden. Hier moet sprake zijn geweest van een ‘vooropgezet plan’, schrijft De Lang, om vervolgens een afschuwelijke massamoord aan het licht te brengen.

Kasteel Hartheim in Oostenrijk, omstreeks 1930 – foto Wally de Lang

Kasteel Hartheim
Hoewel de Duitsers het deden voorkomen alsof deze mannen bezweken of ‘op de vlucht doodgeschoten’ waren in Mauthausen, werden ze in werkelijkheid 35 kilometer verderop omgebracht in kasteel Hartheim. Dit was een van de plekken waar het euthanasieprogramma werd uitgevoerd: de moord op verstandelijk gehandicapten door middel van uitlaatgassen. Na de stopzetting daarvan begon de gestage overbrenging van gevangenen uit Mauthausen. Zeker 108, maar vermoedelijk 150 Joden van de februarigroep stierven de verstikkingsdood in de experimentele gaskamer van het spookkasteel. Velen al in augustus, want ook met de data werd geknoeid. Van de 150 slachtoffers waren er twaalf in Den Haag geboren of daar woonachtig.
De lichamen werden in ovens verbrand. Wat hier is gebeurd, concludeert De Lang, behoorde tot de ‘eerste industriële massamoorden binnen het systeem van de concentratiekampen’.

Nogmaals Albert van der Kloot
Nog even terug naar Albert van der Kloot. Ook zijn familie werd zwaar getroffen. Zijn ouders, Barend en Mathilda, werden vermoord in Auschwitz. Zijn zuster Eva, een pianiste, en haar ex-man Abraham Oberstein eveneens. Alberts broer Aron overleefde de oorlog als onderduiker. Zijn broer Sally keerde na de bevrijding terug uit Polen. Hij had drie kampen overleefd.

Boek en digitale tentoonstelling
Wally de Lang, De razzia’s van 22 en 23 februari in Amsterdam. Het lot van 389 Joodse mannen (Amsterdam/Antwerpen 2021)

Alle namen van de gedeporteerde mannen zijn opgenomen in een digitale databank van het Stadsarchief Amsterdam.

Hagenaars in 1941 vermoord in Mauthausen of Hartheim (Oostenrijk)
Barend Blik, handelaar (30), Hartheim
Simon Blik, drukker (23), Hartheim
Salomon Blom, verkoper (35), Mauthausen
Hijman Bobbe, koopman (35), Hartheim
Jacob Bobbe, krantenverkoper (35), Hartheim
Hartog Dagloonder, koopman in fruit (37), Hartheim
Eliazer Elburg, banketbakker (39), Mauthausen
Jacob Groen, meubelhandelaar (21), Mauthausen
Michel de Jong, muzikant (19), Mauthausen
Abraham van der Kloot, (39), Mauthausen
Emile Lansbergen, (20), Mauthausen
Salomon van Leeuwen, decorateur (24), Hartheim
Emanuel Lelijveld, kleermaker (20), Hartheim
Samuel Lelijveld, confectiewerker (26), Hartheim
Wolf Lelijveld, chauffeur (31), Mauthausen
Jonas Piller, leerling-banketbakker (20), Mauthausen
Israël Marcus Polak, diamantslijper (20), Hartheim
Jacob Poons, fruitventer(43), Hartheim
Hendrik Prins, handelaar (33), Mauthausen, waarschijnlijk Hartheim
Karel van Santen, handelsreiziger (22), Mauthausen
Edmond Weinreb, koopman (28), Mauthausen, waarschijnlijk Hartheim

———————————————————————————————————————————————————

Dit artikel van Herman Rosenberg verscheen eerder in het weekblad Den Haag Centraal van 18 maart 2021. Met dank aan Wally de Lang voor de afbeeldingen.