Pension Schaeffer in Den Haag en Ede (1935-1943)

FacebooktwitterredditpinterestlinkedinmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Pension Schaeffer – Oostduinlaan 1 in Den Haag
In 1934 besloten de liberaal-Joodse Herbert Schaeffer (Schäffer) en zijn echtgenote Paula Schaeffer-May het nazistische Duitsland te verlaten en vanuit Berlijn naar Den Haag te verhuizen. Op 6 augustus 1934 vond het vermogende gezin een woonhuis aan de Dierenselaan. Het echtpaar had het idee een pension in Den Haag te beginnen. Toen in maart 1935 een fraaie villa aan de Van Stolklaan 1 werd gevonden kon dit plan worden verwezenlijkt. Herbert voerde de administratie en zijn vrouw Paula verzorgde de keuken voor de pensiongasten.

Pension Schaeffer aan de Van Stolklaan 1 in Den Haag –
foto collectie Haags Gemeentearchief

Biografische gegevens
Herbert Schäffer is geboren op 30 augustus 1887 in het Duitse Polkwitz (tegenwoordig Polkowice in Zuidwest Polen).
Echtgenote Paula May is geboren op 29 juli 1891 in het Duitse Mittenwalde.
Dochter Dorit is geboren op 22 september 1922 in Breslau (tegenwoordig Wroclaw in Polen).
De gezinsleden hadden allen de Duitse nationaliteit, maar waren door de nazistische wetgeving stateloos geworden. In het bevolkingsregister van Den Haag staan Herbert, Paula en Dorit Schaeffer geregistreerd als ‘vreemdeling’.

Herbert Schäffer, Paula Schäffer-May en hun dochter Dorit –
collectie familie Lilienstern Schäffer

Pension Schaeffer in Ede
Toen ook Nederland werd bezet besloot het Joodse gezin niet langer in Den Haag te blijven. In juli 1940 verhuisde Herbert met vrouw en dochter naar het oosten van het land. Korte tijd woonden zij in Apeldoorn, totdat zij op 1 oktober 1940 in Ede een woning aan de Stationsweg 57 in Ede konden betrekken. Uit documenten blijkt dat het gezin op zoek was naar een nieuw adres voor een pension. In september 1941 huurde Schaeffer van het Edesch Woningbureau J.H. van Dillen een gemeubileerd pand aan de Stationsweg 63 in Ede. Maar dat bleek niet geschikt. Na circa acht weken verwisselde het gezin opnieuw van woning. Herbert en Paula Schaeffer-May hadden een ongemeubileerd huis gevonden aan de Telefoonweg 4 in Ede. Daar begonnen zij een Joods pension. Een aantal van hun gasten was afkomstig uit Den Haag, zoals de Joodse Lisa Hedwig Liebenthal (1916-1943), die later in de psychiatrische inrichting Oud-Rosenburg in Den Haag zou onderduiken.

Pension Schaeffer aan Telefoonweg 4 in Ede – collectie gemeente Ede

Dochter Dorit verliet Ede in maart 1942. Zij vertrok naar Apeldoorn voor de verpleegstersopleiding in de Joodse psychiatrische inrichting Apeldoornse Bosch.
Voor Herbert en Paula Schaeffer werd het steeds moeilijker om financieel rond te komen. In september 1942 raakte hun geld op en zijn zij bezittingen gaan verkopen om de huur van het pension te kunnen betalen.

Onderduik in Den Haag
Omstreeks april 1943 hebben Herbert en Paula het pension in Ede verlaten en zijn ze in Ede en later in Den Haag ondergedoken met achterlating van de resterende bezittingen. Volgens de politie in Ede waren zij die maand ‘spurlos verschwunden’. De politie van Ede meldde aan Omnia, de organisatie die het pension van de familie Schaeffer wilde liquideren, dat de inventaris van het pension was ‘sichergestellt in Ede in Brandweerkaserne’ aan de Telefoonweg 78. De geschatte waarde van de inventaris van het pension bedroeg ƒ2368,-.

De drie gezinsleden overleefden de oorlog. Bij de bevrijding van Den Haag kon het echtpaar het onderduikadres aan de Haagse Van Loostraat 103 in het Haagse Statenkwartier verlaten.

Van Loostraat 103, onderduikadres van het echtpaar Herbert Schaeffer en Paula Schaeffer-May (het huis achter de boom met het witte balkon) –
foto Willem Vermeij, collectie Haags Gemeentearchief

Dorit Schaeffer – leerling-verpleegster in het Apeldoornse Bosch
Dorit werkte sinds maart 1942 als leerling-verpleegster in het Apeldoornse Bosch. Met het transport van patiënten en personeelsleden uit de psychiatrische inrichting kwam zij op 22 januari 1943 aan in Westerbork. Daar werd zij in het ziekenhuis tewerkgesteld. Op 15 februari moest zij plots de nachtdienst verlaten. De volgende dag is zij naar Auschwitz gedeporteerd. Daar verbleef zij tot 18 september 1943, toen volgde de deportatie naar Ravensbrück. Ook dit laatste concentratiekamp overleefde zij. Na de bevrijding van het kamp is zij met hulp van een oom in de Verenigde Staten overgebracht naar Malmö in Zweden, waar zij op 28 april 1945 arriveerde en daarvandaan kon terugkeren naar Nederland.

Psychiatrische Inrichting Apeldoornse Bosch –
collectie CODA, gemeentearchief Apeldoorn

Emigratie naar Israël
Na de terugkeer van Dorit in Nederland hadden vader, moeder en dochter Schaeffer slechts één wens: emigreren naar Palestina. Dorit wilde daar strijden voor een onafhankelijke Joodse staat. Door een schijnhuwelijk met militair Schwarzman wist ze in 1946 Palestina binnen te komen. Ze trad daar toe tot de ondergrondse en volgde overdag de opleiding tot verpleegkundige in het Shaare Zedek-ziekenhuis in Jeruzalem. Haar ouders volgden snel daarna en kwamen in 1948 naar de pas opgerichte staat Israël. Samen met hen verhuisde ze naar Haifa.
In 1978 werd Dorit initiatiefneemster van de stichting Verpleegkundigen Voor Israël (VVI). Deze organisatie bemiddelde om verpleegkundigen vanuit Nederland in ziekenhuizen en zorginstellingen in Israël te laten werken. Na haar pensioen woonde Dorit Schaeffer ’s zomers in Amsterdam en ’s winters in Rijswijk waar ze als vrijwilliger op de ambulance reed.

Dorit Lilienstern-Schaeffer in 1996 in Rijswijk –
Foto uit 1996 in het tijdschrift Terdege

Eline Simha-Schrijver schreef in 2022 aan de Stichting Joods Erfgoed Den Haag over haar herinneringen aan Dorit Lilienstern-Schaeffer. Zij was met haar bevriend en herinnert haar als een energieke en vriendelijke vrouw. Jarenlang reed ze op de ambulance in Haifa en begeleidde ze dialyse-patiënten van en naar Haifa. Heel opmerkelijk, maar Dorit heeft zeker twintig jaar in Haifa rondgereden in een auto met een Nederlands kenteken. Een Nederlands kenteken was zeer ongebruikelijk.

Door de bemiddeling van Dorit in de VVI zijn veel Nederlandse meisjes naar Israël om te werken op de verpleegafdelingen in de Nederlandse bejaardentehuizen Beth Joles in Haifa en Beth Juliana in Herzlya. Eline Simba-Schrijver: ‘Deze meisjes hebben op de verpleegafdelingen geweldig gewerkt en het goede voorbeeld gegeven. Zij waren een grote hulp, vooral voor de Nederlandssprekende bewoners’. Dorit Lilienstern-Schaeffer is in Beth Joles in Haifa overleden.

Bronnen

Mondelinge en schriftelijke informatie van Ilan Lilienstern, zoon van Dorit Lilienstern-Schaeffer, en van Eline Simha-Schrijver

NIOD, Collectie dossiers afkomstig uit de archieven van de Omnia-Treuhandgesellschaft m.b.H., de Deutsche Revisions- und Treuhand A.G. (Zweigniederlassung Den Haag) en de Wirtschaftsprüfstelle, toegangsnummer 94f, inventarisnummer 4823

Its Arolsen, Joodse Raad-kaarten en de namenlijst van voormalige Nederlandse gevangenen van het concentratiekamp Ravensbrück die in april 1945 zijn overgebracht naar Malmö

anderetijden.nl/aflevering/601/De-Vrouwen-van-Ravensbruck

H. de Vries, ‘Jeruzalem. Stad van vrede, steen des aanstoots’, in: Terdege 13-9 (24-1-1996) p. 4-9.

Anne Rittersma, Enna Schut en Annejet Vonk, Veertien personen, veertien verhalen Sobibór-slachtoffers uit de gemeente Ede een gezicht geven (Ede 2021)
NB In tegenstelling tot wat zij schreven over het pension in Ede heeft het echtpaar Schaeffer de oorlog wel overleefd.

Guus Luijters en Raymund Schütz, ‘Het dossier Apeldoornsche Bos’, in: De deportaties uit Nederland 1940-1945. Portretten uit de archieven (Amsterdam 2017) p. 111-134, over Dorit Schaeffer, p. 127-130.