
Aan de Waldorpstraat 488 was van 1934 tot 1976 de confectiefabriek van Gazan gevestigd.

Na de Nederlandse capitulatie op 14 mei 1940 probeerden veel Joodse gezinnen op het allerlaatste moment via de haven van Scheveningen te ontkomen naar Engeland. Vissers wilden niet uitvaren. Vier studenten, die zich wilden aansluiten bij het Britse leger, weten de reddingsboot Zeemanshoop te stelen. Ook anderen wilden mee. Met meer dan veertig personen, de meeste Joden, verlieten die dag om negen uur ’s avonds de Scheveningse haven.

Het project ‘Ellis & Bernie’ is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Ellis Cohen Paraira en Bernie (Barend) Spier, twee Joodse jongeren uit Scheveningen. Zij raakten in 1942 hevig verliefd en droomden op een bankje in het Belgisch Park van een gezamenlijke toekomst. Toen Ellis in 1942 ging onderduiken, beloofden zij elkaar een dagboek bij te houden.

Op woensdag 29 april heeft wethouder Boudewijn Revis samen met nabestaanden van de Joodse verzetsman Maurits Kiek (Den Haag, 5 augustus 1909 – Wassenaar, 13 februari 1980) het Maurits Kiekpad onthuld. Het fietspad loopt van de hoek van de Pompstationweg en de Van Alkemadelaan richting de Waalsdorpervlakte.
Op 3 mei vindt de derde editie van Open Joodse Huizen plaats in Den Haag, georganiseerd door de stichting Joods Erfgoed den Haag, in samenwerking met het Joods Cultureel Kwartier. Open Joodse Huizen is een project met persoonlijke herdenkingen in huizen en andere gebouwen van waaruit joodse bewoners tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn weggevoerd.

Op vrijdag 3 april 2015 is de Joodse wiskundige Rolf Nihom op 90-jarige leeftijd overleden. De oud-wiskundeleraar aan het Nederlands Lyceum en het VCL (Vrijzinnig Lyceum) in Den Haag speelde een belangrijke rol in de totstandkoming van het boek ‘Slotakkoord der kinderjaren. Herinneringen aan het Joodsch Lyceum Fisherstraat’ en de oprichting van het gedenkteken in de Fischerstraat.

De bekendste Joodse krant in Den Haag was Ha’amoed – de Vuurzuil. Tussen 1931 en 1940 werd dit blad bij vele Joodse huishoudens in Den Haag bezorgd. Een belangrijk informatiebron voor de geschiedenis van vooroorlogs Joods Den Haag is het blad Ha’amoed – de Vuurzuil, dat in de jaren dertig van de vorige eeuw iedere twee weken verscheen.

De sluiting op 2 april 1993 van de winkel in kosjere levensmiddel van Mouwes gaf aan velen het gevoel dat hiermee het laatste stukje van de oude Joodse ‘Buurt’ van Den Haag was verdwenen. Het winkeltje op de hoek van de Gedempte Gracht en de Bezemstraat was een begrip voor Joodse en niet-Joodse Hagenaars.

Scheveningen kende voor de Tweede Wereldoorlog meer dan duizend Joodse inwoners. De Stichting Nooit Meer houdt zich sinds 1995 bezig met hun geschiedenis. Op 43 adressen van de Harstenhoekweg woonden 124 slachtoffers, in de Bosschestraat woonden 123 slachtoffers op 39 adressen en in de Arnhemschestraat 61 slachtoffers op 21 adressen. André van Kruijssen, de voorzitter van de Haagse Stichting Nooit Meer en jongste uit een gezin van acht kinderen geboren in het Harstenhoekkwartier in Scheveningen zet zich in om deze geschiedenis niet te laten vergaan. Scheveningen was ‘Sperrgebiet’ in de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog. Zijn vader was werkzaam bij de Gemeentedienst van Den Haag, in het geval van de vader André van Kruijssen bij de H.T.M. (Haagsche Tramweg Maatschappij).

Aan de Harstenhoekweg in Scheveningen woonden omstreeks 1935 enige tientallen Joodse families. In 2003 trof de eigenaar van het woonhuis aan de Harstenhoekweg 111 in de kelder onder zijn woning tijdens verbouwingswerkzaamheden enige honderden documenten aan van drie Joodse families. Voordat de gezinsleden van deze families waren ondergedoken of gedeporteerd, hadden zij in de kelderruimte van het pand aan de Harstenhoekweg de documenten proberen in veiligheid te brengen.

In Scheveningen woonde tussen de twee wereldoorlogen een grote gemeenschap van Joden uit Oost-Europa. Velen van hen waren door de Russische pogroms en voor de dreiging en de gevaren van de Eerste Wereldoorlog naar Nederland gevlucht. Zij hadden sedert 1922 synagogen en er waren veel winkels met Joodse eigenaren. In de jaren 1930 kwamen daar Duitse en Oostenrijkse vluchtelingen voor Nazi-Duitsland bij. Maar al snel na de bezetting moesten Joden het kustgebied verlaten.