Parnassia wil herdenkingsmonument voor Joodse patiënten

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Op 27 maart 2014 verscheen het boek van Corry van Straten over de geschiedenis van de stichtingen Rosenburg en Bloemendaal in de Tweede Wereldoorlog

Op 27 maart 2014 verscheen het boek van Corry van Straten over de geschiedenis van de stichtingen Rosenburg en Bloemendaal in de Tweede Wereldoorlog

Op 27 maart 2015 verscheen het boek van Corry van Straten over de geschiedenis van de stichtingen Rosenburg en Bloemendaal in de Tweede Wereldoorlog Corry van Straten, gepensioneerd geestelijk verzorgster bij de Parnassiagroep, schreef een indrukwekkend boek over de lotgevallen van de psychiatrische instellingen Rosenburg en Bloemendaal in de oorlogsjaren. Uitgebreid staat zij stil bij het lot van de Joodse patiënten en medewerkers in de Tweede Wereldoorlog. Op 27 maart presenteerde zij haar boek ‘Een wereld die er niet meer is… De stichtingen Rosenburg en Bloemendaal in de oorlogsjaren’.

Rosenburg en Bloemendaal

Vanaf het einde van de negentiende eeuw stonden in Loosduinen de twee psychiatrische ziekenhuizen Rosenburg en Bloemendaal. De stichting Rosenburg (met de kliniek Oud Rosenburg voor krankzinnigen en de Ramaerkliniek voor geestes- en zenuwzieken) was een rijksinstelling met patiënten en personeel uit alle lagen van de bevolking en was open voor alle gelovigen en niet-gelovigen. De stichting Bloemendaal was een instelling op protestants-christelijk gereformeerde grondslag, met gereformeerd en hervormd personeel en voornamelijk protestantse patiënten.
In 1998 zijn deze stichtingen gefuseerd. De instellingen maken tegenwoordig onderdeel uit van Parnassia, de GGZ (Groep Geestelijke Gezondheidszorg) van Den Haag.

Oude Haagweg Loosduinen, kliniek Oud Rozenburg voor krankzinnigen en de Ramaerkliniek voor geestes- en zenuwzieken, ca. 1930 - collectie Haags Gemeentearchief

Oude Haagweg Loosduinen, kliniek Oud Rosenburg voor krankzinnigen en de Ramaerkliniek voor geestes- en zenuwzieken, ca. 1930 –
collectie Haags Gemeentearchief

Artsen protesteren

Nederlandse artsen volgden de opvattingen over geesteszieken in Duitsland met grote zorg. Toen in 1920 in Duitsland een publicatie verscheen van de jurist Karl Binding en de psychiater Alfred Hoche, waarin deze auteurs het recht verdedigden om mensen te doden van wie het leven ‘nutteloos, doelloos en waardeloos’ zou zijn, klonk hiertegen uit Nederland zwaar protest. De auteurs doelden in hun werk ook op zwakzinnigen en psychiatrische patiënten. Eén van de mensen die een protest liet horen was D. Schermers, de eerste Geneesheer-Directeur van Bloemendaal, en schrijver van het handboek voor verpleging van krankzinnigen.
Ook in oktober 1941 klonken in Nederland protesten tegen de Duitse vernietigingsprogramma’s, vooral na publicaties in het blad Medisch Contact. Grote bezorgdheid uitten de artsen over het lot van de psychiatrisch patiënten.

Joodse personeelsleden

Op bevel van de Duitse bezetter kregen in november 1940 alle Joodse personeelsleden in dienst van de overheid hun ontslag aangezegd. Deze maatregel gold ook voor leerling-verpleegster Hulda Elisabeth (Bep) Turksma in de instelling Rosenburg. De Joodse Bep Turksma zou later actief worden in het verzet en de oorlog overleven. De half-Joodse arts Colthof bleef de hele oorlog in dienst van Rosenburg. De protestants-christelijke instelling Bloemendaal had geen Joods personeel in dienst.

Entree van psychiatrisch ziekenhuis Bloemendaal aan de Monsterseweg, ca. 1935 - foto collectie Haags Gemeentearchief

Entree van psychiatrisch ziekenhuis Bloemendaal aan de Monsterseweg, ca. 1935 –
foto collectie Haags Gemeentearchief

Joodse patiënten en onderduikers

Rosenburg had vele Joodse patiënten. In september 1942 verbleven ongeveer 240 zieken met een Joodse achtergrond in Rosenburg. Het is zeer waarschijnlijk dat er zich tussen hen ook Joodse onderduikers bevonden.
Bloemendaal had weliswaar geen Joods personeel, maar er werden wel Joodse patiënten behandeld. Ook verhalen medewerkers over Joodse onderduikers op het grote Bloemendaal-complex.

Deportatie

De belangrijkste persoon bij de deportatie van de Joden uit Den Haag en omgeving was Sturmbannführer Franz Fischer. Zijn beruchte bijnaam ‘Judenfischer’ is veelzeggend. Hij trad actief op bij de wegvoering van de Joden uit Bloemendaal, Oud Rosenburg en de Ramaerkliniek. Op 28 december 1942 ging hijzelf naar Rosenburg en eiste van de aanwezige artsen een lijst op te stellen van alle Joodse patiënten die in staat waren om te reizen. Dit was de voorbode van de deportatie van nagenoeg alle Joodse patiënten.
In de nacht van 31 december 1942 op 1 januari 1943 zijn ongeveer honderd patiënten uit Rosenburg weggehaald. Het was het eerste psychiatrisch ziekenhuis in Nederland waar Joodse patiënten zijn weggevoerd. Op Nieuwjaarsdag 1943 waarschuwde waarnemend geneesheer-directeur V.W.D. Schenk onmiddellijk zijn collega van de psychiatrische inrichting in Oegstgeest en adviseerde Joodse patiënten te laten onderduiken. Deze raadgeving probeerde men daar en ook in andere instellingen op te volgen.
Op 4, 5 en 18 februari 1943 volgden nieuwe deportaties vanuit Rosenburg en nu ook vanuit Bloemendaal. Op deze drie dagen haalde de Sicherheitspolizei met ambulancewagens, een HTM-bus en een overvalwagen 116 Joodse patiënten uit Rosenburg en 21 uit Bloemendaal weg. Slechts vier ernstig zieke Joodse patiënten liet Fischer in Rosenburg achter.
De Duitse politie vervoerde veel patiënten (sommige mensen nog in nachtkleding) in open wagens naar het Staatsspoor. De verslagen over de wijze waarop het wegvoeren van de Joodse patiënten op het station plaatshad zijn hemelschreiend. Daarna werden de mensen met de trein naar Westerbork weggevoerd.
In totaal zijn meer dan 240 Joodse patiënten uit Bloemendaal en Rosenburg gedeporteerd. Van slechts weinigen kennen we de namen. Van een aantal weten we dat ze op 26 februari 1943 in Auschwitz zijn vermoord.

Een monument voor de Joodse patiënten van Rosenburg en Bloemendaal

Tijdens de presentatie van het boek van Corry van Straten op 27 maart 2015 zei Stephan Valk, voorzitter van de Raad van Bestuur van de Parnassia Groep, hoe zeer hij onder de indruk van haar studie was. Vooral het hoofdstuk over de Joodse patiënten had hem geraakt. In zijn toespraak kondigde hij aan dat in het nieuwe gebouw van Parnassia aan de Albardastraat een herdenkingsplaquette gaat komen ter herinnering aan de in de Tweede Wereldoorlog uit de instellingen Rosenburg en Bloemendaal weggevoerde en vermoorde Joodse patiënten.

—————————-

Verder lezen

Bep Turksma, Vraag me niet waarom. Het avontuurlijke oorlogsverhaal van een jonge Nederlandse Jodin (Baarn 1971)

Corry van Straten, Een wereld die er niet meer is … De stichtingen Rosenburg en Bloemendaal in de oorlogsjaren (Utrecht 2015)
NB In dit boek beschrijft Van Straten de hele geschiedenis van Rosenburg en Bloemendaal tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op deze website wordt alleen de geschiedenis van de Joodse patiënten en het Joodse personeel van de instellingen besproken.