Augustus 1942 – begin razzia’s en deportaties in Den Haag

De maatregelen van de Duitse bezetter tegen de Joodse bevolking van Den Haag begonnen al in het eerste oorlogsjaar. Hun rechten werden maand na maand ingeperkt. In de zomer van 1942 werd een nieuw dieptepunt bereikt. Toen bepaalde de bezetter dat alle Joden uit Den Haag moesten vertrekken. Vervolgens is tussen augustus 1942 en april 1943 het merendeel van de Haagse Joden naar Westerbork en daarvandaan naar vernietigingskampen gedeporteerd.
De eerste razzia’s in Den Haag vonden op 22 augustus 1942 plaats.

Vaccinatie – een debat in 18de-eeuws Den Haag

In de 18de eeuw is de Haagse bevolking verschillende malen geteisterd door een pokkenepidemie. In 1758, 1762, 1766, 1770, 1773 stierven in Den Haag jaarlijks meer dan 1000 mensen ten gevolge van deze ziekte. Het aantal patiënten is waarschijnlijk circa zeven keer zo groot geweest. Vooral jonge kinderen werden in de epidemiejaren getroffen.

In Den Haag werd gediscussieerd over het wel of niet laten inenten tegen het pokkenvirus, ook in Joodse kringen. De sefardische rabbijn Solomoh Saruco was tegenstander. Voorstander was de geleerde Abraham Hamburger. Hij was ook bekend als Abraham Nansich en woonde in het hart van de Joodse buurt in Den Haag.

Joodse Hagenaars in Nederlandse dwangarbeiderskampen (juni-oktober 1942)

Bestuurslid van de Stichting Joods Erfgoed Den Haag dr. Corien Glaudemans deed onderzoek naar de onbekende geschiedenis van honderden Joodse mannen uit Den Haag die in 1942 gedwongen waren dwangarbeid te verrichten in een van de Nederlandse werkkampen in Noordoost-Nederland. Haar onderzoek werd eind vorig jaar in het Jaarboek van de Geschiedkundige Vereniging Die Haghe gepubliceerd en is nu ook in boekvorm verschenen.