
Op 22 oktober 2025 zijn er in Den Haag 18 nieuwe stolpersteine geplaatst. 16 stolpersteine zijn geplaatst voor vermoorde Joden, 2 stolpersteine zijn geplaatst voor verzetslieden die in concentratiekampen

De wiskundige Rehuel Lobatto (1797-1866) was de eerste Joodse hoogleraar in Nederland. Hij doceerde wiskunde aan de Koninklijke Academie te Delft en de Polytechnische school te Delft, (voorlopers van de huidige Technische Universiteit Delft). Hij woonde een groot deel van zijn leven in Den Haag en was voorzitter van de Portugeesch Israëlitische Gemeente in Den Haag. Hij ligt begraven op de Joodse begraafplaats aan de Scheveningseweg in Den Haag.

Vanaf het begin van de 17de eeuw woonden er Joden in Den Haag. Voordat in 1726 de Portugese synagoge aan de Prinsessegracht werd geopend kwamen de Portugese of Sefardische Joden van Den Haag in andere gebouwen in Den Haag bijeen. Informatie over synagogen vinden wij vanaf het laatste kwart van de 17de eeuw.
Een verhaal over de oude Portugese synagogen van Den Haag.

In de 18de eeuw is de Haagse bevolking verschillende malen geteisterd door een pokkenepidemie. In 1758, 1762, 1766, 1770, 1773 stierven in Den Haag jaarlijks meer dan 1000 mensen ten gevolge van deze ziekte. Het aantal patiënten is waarschijnlijk circa zeven keer zo groot geweest. Vooral jonge kinderen werden in de epidemiejaren getroffen.
In Den Haag werd gediscussieerd over het wel of niet laten inenten tegen het pokkenvirus, ook in Joodse kringen. De sefardische rabbijn Solomoh Saruco was tegenstander. Voorstander was de geleerde Abraham Hamburger. Hij was ook bekend als Abraham Nansich en woonde in het hart van de Joodse buurt in Den Haag.

Op 4 september vond de Europese dag voor de Joodse Cultuur plaats. Het thema was dit jaar ‘Joodse Talen’. In Den Haag was er in de Glazen Zaal van de synagoge aan de Prinsessegracht een concert van Shura Lipovsky waarin liefdesliederen in het Hebreeuws, Jiddisch en Landino centraal stonden.
Een bijdrage van de National Library of Israel over de Joodse talen.

Uit het begin van de negentiende eeuw kennen we slechts één Joods gemeenteraadslid, de Sefardische rentenier Isaac (Henriques) de Castro. Na de invoering van de Gemeentewet in 1851 kwamen meer mannen met een Joodse achtergrond in de gemeenteraad. In de periode 1816-1941 kregen twintig Joodse Hagenaars een raadszetel.