Tobias Asser

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

 

Tobias Asser (1838-1913). Collectie Haags Gemeentearchief

Tobias Asser (1838-1913). Collectie Haags Gemeentearchief

Mr. T.M.C. (Tobias) Asser (Amsterdam 1838 – Den Haag 1913) was een vooraanstaand jurist (volkenrecht) uit een belangrijke Joodse familie. Hij won in 1911 de Nobelprijs voor de Vrede en stond honderd jaar geleden mede aan de basis van de bouw van het Vredespaleis in Den Haag.

Joods juristengeslacht

Tobias Michaël Carel Asser was een telg uit een vooraanstaand Joods juristengeslacht. Al in 1795 richt zijn betovergrootvader Moses Samuel in Amsterdam advocatenkantoor Asser op dat de hele negentiende eeuw blijft bestaan. Zijn vader Carel Asser was lid van het Provinciaal Gerechtshof Noord-Holland en lid van de Hoge Raad. Zijn moeder was Rosette Godefroi, zuster van de eerste Joodse minister in Nederland. Hij groeide op in een milieu van verlichte rechtsgeleerden, die zich van Joodse emancipatoren ontwikkelden tot liberaal-gezinde denkers.

Tobias Asser bekleedde verschillende functies in de Joodse gemeenschap. Zo was hij van 1882 tot 1887 lid van het curatorium van het Nederlands Israëlietisch Seminarium. Op latere leeftijd nam Asser afstand van de Joodse religie, hij trad evenwel niet toe tot een ander kerkgenootgenootschap.

Rechtenstudie en hoogleraarschap

Standbeeld van Tobias Asser in het Vredespaleis onthuld in 1921. Collectie Haags Gemeentearchief

Standbeeld van Tobias Asser in het Vredespaleis onthuld in 1921. Collectie Haags Gemeentearchief

Na zijn studie rechten in Amsterdam en zijn promotie in 1860 in Leiden op een proefschrift over internationaal recht, vestigde Tobias Asser zich als advocaat in Amsterdam. Al op 24-jarige leeftijd kreeg hij een benoeming als hoogleraar burgerlijk- en handelsrecht, straf- en strafprocesrecht aan het Atheneum Illustre in Amsterdam. Op 15 oktober 1877 volgde de aanstelling als buitengewoon hoogleraar handelsrecht en internationaal privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Als wetenschapper kreeg hij ook internationale erkenning. Hij kreeg eredoctoraten in Edinburgh, Bologna, Cambridge en Berlijn.

Adviseur van het ministerie van Buitenlandse Zaken

Zijn diplomatieke gaven waren opgevallen en regelmatig werd hij tijdens zijn hoogleraarschap gevraagd (onbezoldigd) als adviseur van het ministerie van Buitenlandse Zaken op te treden. Regelmatig nam hij deel aan internationale conferenties en trad op bij het oplossen van internationale conflicten. Hij was onder meer lid van de Nederlandse delegatie tijdens de Bernse Conferentiën tot regeling van het internationale spoorwegverkeer (1881 tot 1886), de Nederlandse delegatie op de Congoconferentie te Berlijn (1884 tot 1885), de Rijnvaartcommissie (1885 tot 1895) en de Nederlandse delegatie tijdens de conferentie over de vrije vaart door het Suezkanaal te Parijs (1885).

Verhuizing naar Den Haag

Bankaplein 3, woonhuis van Tobias Asser van 1906 tot 1913.  Collectie Haags Gemeentearchief

Bankaplein 3, woonhuis van Tobias Asser van 1906 tot 1913. Collectie Haags Gemeentearchief

De benoeming tot lid van de Raad van State leidde in 1893 tot de verhuizing van Tobias Asser naar Den Haag. Hij vond voor zijn gezin een woonhuis aan de Lange Houtstraat 16, waar de familie tot het najaar van 1906 bleef wonen. In september 1906 vond de verhuizing naar het chique woonhuis aan het Bankaplein 3 plaats. Dit huis is thans een beschermd rijksmonument.

Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht

In 1893, het jaar van zijn verhuizing naar Den Haag, lukte het Asser een Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht in Den Haag in de de Trêves-zaal op het Binnenhof te organiseren., waaraan vertegenwoordigers uit België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Oostenrijk-Hongarije, Rusland, Spanje, Portugal en Roemenië deelnamen. Asser trad tijdens de bijeenkomst op als voorzitter. Tijdens de eerste conferentie van 1893 en de drie vervolgbijeenkomsten werd de basis gelegd voor de unificatie van het internationaal privaatrecht. Ieder land had zijn eigen regels, en het was Tobias Asser die het belang van internationale afspraken inzag. Het succes van deze conferenties is vooral te danken aan de diplomatieke tact van Asser.

Vele conferenties volgden, ook nu nog bestaat de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht, die iedere vier jaar bijeenkomt en waarvan thans ruim zeventig landen lid zijn. De hoofdzetel van de conferentie is nog steeds in Den Haag.

Eerste Haagse Vredesconferentie

Tobias Asser speelde een belangrijke rol in de organisatie van de Eerste Haagse Vredesconferentie in 1899 in de Oranjezaal in het paleis Huis ten Bosch, destijds de zomerresidentie van koningin Wilhelmina. Het paleis Huis ten Bosch lag toen overigens nog in Wassenaar.

Nederlandse delegatie tijdens de Eerste Vredesconferentie in 1899, tweede van rechts Tobias Asser. Collectie Haags Gemeentearchief

Nederlandse delegatie tijdens de Eerste Vredesconferentie in 1899, tweede van rechts Tobias Asser. Collectie Haags Gemeentearchief

Het hoofdthema van de vredesconferentie was weliswaar ontwapening, maar het lukte niet echte afspraken op dit terrein te maken. Asser zag duidelijk de tegenstellingen tussen de deelnemers aan de conferentie en vermoedde dat de vredesconferentie op een fiasco zou uitdraaien. Het idealisme van sommige deelnemende pacifisten, wist hij in te dammen en hij bereikte zelfs een belangrijk resultaat: de instelling van het Permanente Hof van Arbitrage in 1900. In 1913 vestigde het Hof zich in het dan net voltooide Vredespaleis in Den Haag.

Tweede Haagse Vredesconferentie

Op 15 juni 1907 begon de Tweede Haagse Vredesconferentie met de bedoeling opnieuw afspraken op het terrein van de vrede te maken, onder meer over de vreedzame regeling van internationale geschillen. Landen moesten bij internationale geschillen verplicht arbitrage accepteren. Tijdens de Tweede Vredesconferentie vond ook de eerste steenlegging voor het Vredespaleis plaats.

The Hague Academy for International Law

Eerste zitting van het Permanente Hof van Arbitrage onder voorzitterschap van Tobias Asser in 1901. Collectie Haags Gemeentearchief

Eerste zitting van het Permanente Hof van Arbitrage onder voorzitterschap van Tobias Asser in 1901. Collectie Haags Gemeentearchief

In Den Haag was Asser pleitbezorger voor de oprichting van de The Hague Academy for International Law, die uiteindelijk in 1923 zou starten en tot op heden het centrum is voor onderzoek op het terrein van internationaal civiel recht en internationaal publiekrecht.

Nobelprijs voor de Vrede

Samen met Alfred Hermann Fried (1864-1921), een Oostenrijkse journalist en pacifist was Tobias Asser de oprichter van het vredesblad ‘Die Friedenswarte’. Fried was een voorman in de Duitse vredesbeweging en had plannen voor een organisatie voor handhaving van de wereldvrede. Samen met Fried kreeg Asser in 1911 de Nobelprijs voor de Vrede.
Asser werd vooral geroemd vanwege zijn bijzondere inspanningen voor de Haagse conferenties over internationaal privaatrecht, de totstandkoming van het Permanent Hof van Arbitrage, en zijn bemiddelende rol als arbiter. Bij de uitreiking van de Nobelprijs van de Vrede oordeelde de voorzitter van het Nobelprijscomité dat Asser met zijn werk op het terrein van het internationaal recht de opvolger en voortzetter was van het werk van Hugo de Groot. Asser was de eerste en enige Nederlander die ooit de Nobelprijs voor de Vrede heeft gewonnen.
.
Den Haag Stad van Vrede en Recht

Tobias Asser staat aan de wieg van Den Haag als Stad van Vrede en Recht. De door hem georganiseerde internationale conferenties over privaatrecht en de Vredesconferenties van 1899 en 1907 hebben mede de basis gelegd voor de huidige positie van Den Haag als een van de juridische hoofdsteden van de wereld. Hij heeft zich bijzonder ingezet voor de totstandkoming van goede internationale wetgeving.

Vredespaleis

Vredespaleis

Vredespaleis

Tot op hoge leeftijd bleef Tobias Asser actief en maakte de bouw van het Vredespaleis in Den Haag van nabij mee. In 1913 bemerkte hij dat zijn drukke leven ook een keerzijde kende en zijn gezondheid ernstig had aangetast. De voltooiing van het Vredespaleis heeft Tobias Asser nog van nabij meegemaakt. Op 29 juli 1913, een maand voor de opening van het Vredespaleis, overleed echter de grote geleerde en strijder voor de vrede.
Een huldecomité eerde Tobias Asser na zijn dood met een bronzen standbeeld in het Vredespaleis, dat op 30 augustus 1921 werd onthuld. Een groot deel van het geld dat Asser had gekregen met zijn Nobelprijs voor de Vrede is besteed aan de bibliotheek, die in 1923 in het Vredespaleis terechtkwam.

Tobias Asserlaan – verdwenen en weer terug

De gemeenteraad van Den Haag besloot op 4 augustus 1913, een week na het overlijden van Tobias Asser, de grote geleerde te eren en een straatnaam naar hem te vernoemen. De nieuwe straat achter het Vredespaleis kreeg de naam Tobias Asserlaan. Nadat op 10 mei 1940 Nederland was bezet, werd al direct geprobeerd Nederland te nazifizeren. Alles wat niet paste in hun denkbeelden verbood of verwijderde de Duitse bezetter, zelfs Haagse straatnamen die naar Joden waren vernoemd, moesten verdwijnen uit het Haagse stadsbeeld.

Naambord Tobias Asserlaan (Museon)

Naambord Tobias Asserlaan (Museon)

In Den Haag nam de vergadering van Burgemeester en Wethouders van 26 maart 1943 het trieste besluit om zeven straatnamen te wijzigen en (zo staat in de notulen) ‘het verdoopen van naar joden genoemde straten’.

Op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag is Tobias Asser begraven. Voor de witte zuil ligt de verweerde en beschadigde grafsteen van het graf van Tobias Asser

Op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag is Tobias Asser begraven. Voor de witte zuil ligt de verweerde en beschadigde grafsteen van het graf van Tobias Asser

De Tobias Asserlaan droeg van 1943 tot 1945 de naam Bollandlaan, naar de antidemocratische en antisemitische professor G. Bolland (1854-1922). Direct na de bevrijding is de oude straatnaam Tobias Asserlaan in ere hersteld.

Graf op Oud Eik en Duinen

De begrafenis van Tobias Asser vond op zaterdag 2 augustus 1913 onder enorme publieke belangstelling plaats op begraafplaats Oud Eik en Duinen. Tijdens de rit van de Bankastraat naar de begraafplaats passeerde de rouwkoets, overladen met kransen, het Vredespaleis, waarvoor Asser de geestelijke fundamenten had gelegd. Op Oud Eik en Duinen kreeg Asser een graf met een eenvoudige grafsteen. Met enige moeite is honderd jaar na zijn dood de inmiddels verweerde en beschadigde grafsteen terug te vinden. Laten wij hopen dat het graf van Tobias Asser, de internationaal gelauwerde jurist en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, ook voor de toekomst behouden blijft.